6. Nieuwe energie met minder geld in 2015

6.1 Succesvol revolverend fonds is ingesteld

Staat (intern)

Er zijn drie revolverende fondsen operationeel: Wurkje foar Fryslân bevat een investeringsbedrag van € 300 miljoen, waarvan € 113 miljoen revolverend. Het Fûns Skjinne Fryske Energy bevat een volledig revolverend kapitaal van € 90 miljoen. Het Breedbandfonds is eveneens volledig revolverend met een kapitaal van € 60 miljoen.

Inzet

We hebben de overstap gemaakt van louter verstrekking van investeringsbijdragen naar gedeeltelijke revolverende inzet van provinciale middelen. Daardoor komen in de toekomst middelen terug voor nieuwe investeringen.

Einbalâns:  donkergroen

De in het coalitieakkoord aangekondigde revolverende fondsen zijn alle in 2015 operationeel. Het succes van terugontvangen en opnieuw ingezette bedragen zal in de volgende bestuursperiode (moeten) blijken.

6.2 Uitgaven zijn verminderd, onder andere door minder inhuur

Staat (intern)

De uitgaven zijn tussen 2007 en 2015 toegenomen van € 365 tot € 496 miljoen. In de nieuwe bestuursperiode dalen we uitgaven volgens de meerjarenbegroting weer tot € 243 miljoen in 2018.

De in het coalitieakkoord afgesproken structurele bezuiniging van € 18 miljoen is tussen 2011 en 2013 gerealiseerd. De omvang van de externe inhuur is ten opzichte van 2011 toegenomen tot een verwacht bedrag van bijna € 20 miljoen in 2014.

Inzet

We hebben ons laten leiden door de kernwoorden soberheid en doelmatigheid, zowel in de eigen bedrijfsvoering als in het verstrekken van middelen aan anderen. Sinds 2005 is op de bedrijfsvoering € 20 miljoen bezuinigd. De taakstelling tot en met 2015 in de bedrijfsvoering is gerealiseerd. Op subsidies is een efficiencykorting van € 1 miljoen gerealiseerd en op het nieuwe subsidiestelsel eveneens een bezuiniging van € 1 miljoen.

De taakstelling van € 55 miljoen op de uitgaven voor complexe infrastructuurprojecten is in deze bestuursperiode vrijwel ingelopen door gunstige aanbestedingen en een meer efficiënte manier van werken.

Vernieuwing van onze werkwijze, zoals we hebben ingevoerd bij het gebiedsbudget, waarin alle provinciale middelen voor gebiedsgerichte doelen in één budget per gebied bij elkaar worden gebracht, levert eveneens doelmatigheidswinst op.

We hebben de begrotingssystematiek zodanig aangepast, dat er niet meer tegelijk jaarlijks grote overschotten en noodzakelijke bezuinigingen kunnen voorkomen. Door een stofkamoperatie is vanaf 2013 een bedrag van € 5 miljoen structureel aan de reserve toegevoegd.

We hebben maatregelen getroffen om meer grip te krijgen op de besteding van tijdelijke budgetten.

In het coalitieakkoord is vastgelegd om € 105 miljoen extra te investeren in de Friese samenleving, een bedrag van jaarlijks € 26 miljoen. We hebben dit geld, in combinatie met de bezuiniging van € 18 miljoen, ingezet voor het vrijmaken van nieuw beleid, voor investeringen en voor het structureel maken van oud beleid (uitgaven ov-concessies, waterhuishoudingsplan, leefbaarheid platteland).

Door de verschillende investeringsimpulsen is in de coalitieperiode in totaal in ieder geval € 450 miljoen extra geïnvesteerd (WFF, FSFE, Breedband), waarvan € 263 miljoen als revolverend. Dit is inclusief het subsidiedeel van Breedband (circa € 15 miljoen), dat door de rente op het leningdeel wordt gecompenseerd.

We hebben in 2013 een bijdrage van € 24 miljoen vrijgemaakt als cofinanciering (50 %) voor gemeentelijke projecten.

We hebben uit de NUON-middelen een bedrag van € 498 miljoen gehaald om te besteden aan het versneld afschrijven van investeringen in infrastructuur. Door deze balansverkorting worden toekomstige begrotingen ontlast.

De inhuur van derden is, net als de inzet van de Flexpool, nodig voor een flexibele bedrijfsvoering en maakt deel uit van onze strategische personeelsplanning. Tijdelijke fricties tussen de vraag naar en het aanbod van deskundigheid en kennis worden opgevangen door interne of externe flexibele krachten. Waar vacatureruimte voorlopig niet wordt ingevuld, hebben we personeel ingeleend. Bijvoorbeeld om te anticiperen op het aflopen van de tijdelijke financiering van programma’s en projecten. Dekking van deze inhuur vindt plaats uit vacatureruimte en uit voor inhuur begrote goederen en dienstenbudgetten. Een bijzondere situatie betreft de tijdelijke inhuur in verband met de overgang naar op afstand bediende bruggen.

Verder doet de inhuur van derden zich in belangrijke mate voor bij de grote infraprojecten (30% van de totale inhuur) zoals de Centrale As, N381 en RSP-traverse Harlingen. Dit betreft vooral inhuur van extra specialistische kennis. De kosten van inhuur van derden voor investeringsprojecten worden gedekt uit de investeringskredieten die de Staten voor deze projecten beschikbaar hebben gesteld. Ook voor de komende jaren wordt de inhuur voor een groot deel nog bepaald door de behoefte aan tijdelijk benodigde technische kennis voor de grote projecten.

Einbalâns:  lichtgroen

In de afgelopen vier jaar zijn de provinciale bestedingen door verschillende maatregelen, zowel in de realisatie van het beleid als in de organisatie, doeltreffenderr geworden. De afgesproken bezuinigingen zijn gerealiseerd. De inhuur is door anticipatie op de personeelskrimp in de komende jaren en door de tijdelijke piek in de uitvoering van projecten niet verminderd.

6.3 Opcenten zijn hooguit met inflatiepercentage verhoogd

Staat (intern)

In de gehele coalitieperiode 2011-2015 zijn de opcenten met niet meer dan het inflatiepercentage verhoogd. De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt in 2015 € 10,9 miljoen.

Inzet

Voor de uitvoering van de wettelijke provinciale taken is een eigen belastingdomein nodig. Rekening houdend met de economische omstandigheden voor de Friese burger hebben we het belastingtarief in alle vier begrotingsjaren slechts licht, met het inflatiepercentage, verhoogd.

Einbalâns:  donkergroen

Het doel is gerealiseerd. Voor het sluitend houdend van de provinciale begroting is extra verhoging van de opcenten –als laatste redmiddel- niet nodig geweest.

6.4 Toekomstgericht subsidiestelsel is opgesteld en strak toegesneden op provinciale takenpakket

Staat (intern)

Het nieuwe subsidiestelsel is gerealiseerd en uitgewerkt in de Algemene subsidieverordening 2013. Deze is vanaf 1 juli 2014 van kracht. We hebben een centrale afdeling Subsidiezaken opgericht, waarin alle subsidieregelingen vanaf 1 januari 2015 zijn ondergebracht.

Inzet

We hebben het subsidiestelsel herzien door subsidies tegen het licht te houden, efficiënter in te zetten en beter te laten aansluiten op het provinciale takenpakket. Naast het afschaffen van sommige subsidieregelingen is ook de vorm van de subsidie, zoals meer projectsubsidies in plaats van budgetsubsidies, in de herziening betrokken. Vanaf 2015 wordt het subsidieproces voor alle budgetinstellingen vereenvoudigd.

De procescontrol van subsidietoekenningen wordt in een digitaal systeem geborgd. Uit accountantsrapportage blijkt dat het subsidieproces nog verbetering behoeft voor wat betreft de toetsing aan de provinciale doelen en het voorkomen van oneigenlijk gebruik.

Einbalâns: lichtgroen

Het nieuwe subsidiestelsel is gerealiseerd. Met de herziening is in 2013 een bezuiniging van € 1 miljoen gerealiseerd.