6.5. Reserves en voorzieningen

De provincie beschikt over reserves en voorzieningen.

Reserves
Een reserve is een eigen gereserveerd middel op de balans.  Er wordt onderscheid gemaakt tussen de algemene reserve en bestemmingsreserves. Binnen de algemene reserve maken wij onderscheid tussen de basisreserve en een vrij aanwendbare reserve (VAR). In de nota weerstandsvermogen is aangegeven dat de basisreserve onderdeel is van de beschikbare weerstandscapaciteit en daarmee dient als primaire buffer voor het opvangen van financiële risico’s die niet binnen de exploitatie zijn afgedekt. Gelet op de resultaten van afgelopen jaren wordt een algemene risicobuffer van 2,5% van de totale exploitatie hiervoor minimaal aangehouden (met een minimum van € 10,0 miljoen).
Door PS is vastgesteld om de basisreserve te handhaven op het niveau zoals bepaald bij de nota weerstandsvermogen en een eventueel negatief begrotingsaldo of calamiteiten ten laste van de VAR te brengen.

Over de bestemmingsreserves is afgesproken het terughoudende beleid t.a.v. het instellen van bestemmingsreserves te handhaven. Hiermee wordt voorkomen dat er ‘potjes’ gecreëerd worden.

Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor risico’s die financieel te kwantificeren zijn en voor niet uitgegeven middelen van derden met een specifiek bestedingsdoel, met uitzondering van niet uitgegeven middelen van Europese en Nederlandse overheidslichamen. De middelen van Europese en Nederlandse overheidslichamen worden opgenomen onder de overlopende passiva.
De voorzieningen worden onderverdeeld in twee categorieën:
1. Voorziening voor bestaande risico’s.
2. Voorzieningen voor daartoe door anderen bestemde middelen.

Een voorziening voor bestaande risico’s wordt ingesteld wanneer het risico in geld uit te drukken is. Als dat niet zo is wordt deze opgenomen in de risicoparagraaf.
Overlopende passiva
Volgens de BBV moeten alle niet uitgegeven middelen van uitkeringen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel als ‘vooruit ontvangen middelen’ op de balans te komen, onder de overlopende passiva. Indien in een jaar de uitgaven lager zijn dan de ontvangen uitkeringen wordt de overlopende passiva gevoed en indien de uitgaven hoger zijn dan de ontvangen uitkeringen wordt aan de overlopende passiva onttrokken.