6.4. Investeringen

Een investering is een uitgave voor een goed of object met een gebruiksduur langer dan een jaar. Een voorbeeld van een investering is de aankoop van een gebouw. De levensduur van dat gebouw is bijvoorbeeld 30 jaar. De werkwijze is dan dat elk jaar één dertigste deel van de aanschafwaarde (de afschrijving) als last opgenomen wordt in de begroting. Daarmee worden de lasten van de aanschaf verspreid over de periode waarin het gebouw wordt gebruikt.

Investering met economisch nut / met maatschappelijk nut
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut. Investeringen met een economisch nut zijn alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven (bijvoorbeeld door de kosten ervan in tarieven te verwerken Alle investeringen die niet aangemerkt worden als investeringen met economisch nut zijn investeringen met maatschappelijk nut. Alle investeringen met economisch nut moeten worden geactiveerd. Op deze investeringen moet op een consistente wijze worden afgeschreven, namelijk conform de waardevermindering van de investeringen. Versneld afschrijven is bij dit soort investeringen niet toegestaan.

Bij investeringen met maatschappelijk nut verdient het volgens de BBV de voorkeur deze niet te activeren. Als het gaat om investeringen in de openbare ruimte, is activering echter wél toegestaan. Anders dan bij investeringen met economisch nut is hier dus wel de mogelijkheid van versneld afschrijven geopend.

De jaarlijkse investeringen worden opgenomen in de investeringstaat, voor de jaren 2015 tot en met 2018 is opgenomen aan investeringen een bedrag van € 1,6 miljard. Dit betreft alleen de uitgaven. De inkomsten over dezelfde periode bedragen € 1,3 miljard inclusief de balans-verkorting.