3. Waar geven we het geld aan uit?

3.1. Verdeling geld over beleidsvelden door de jaren heen

In deze paragraaf geven we aan hoe de verdeling van de provinciale middelen over de begrotingsprogramma’s de afgelopen jaren geweest is en naar verwachting de komende jaren gaat worden. De vraag waar we het gemeenschapsgeld aan uitgeven lijkt een eenvoudige vraag, zonder eenvoudig antwoord. Als we beginnen met een grove blik, blijkt om te beginnen het antwoord door de jaren heen sterk te verschillen.

10-1

10-2

We kunnen ruwweg drie typen beleidsvelden onderscheiden. Beleidsvelden als Bestuur en veiligheid, Water, Milieu en Ruimte en wonen zijn relatief stabiel door de jaren heen. De uitgaven hiervoor bestaan voor een belangrijk deel uit bedrijfsvoeringskosten en overige structurele kosten. Deze beleidsvelden kennen geen grote uitschieters van tijdelijke middelen en vormen mede daardoor de terreinen waar we het minste geld aan uitgeven. Het gaat bij deze uitgaven in belangrijke mate om wettelijke taken. Overigens vertekenen de grote verschillen bij andere beleidsterreinen dat ook op deze terreinen de uitgaven de komende jaren met soms tientallen procenten zullen dalen, om daarna te stabiliseren.

De beleidsvelden Verkeer en vervoer, Landelijk gebied en Economie worden in sterke mate tijdelijk gefinancierd en fluctueren mede daardoor sterk in hun financiële omvang. Verkeer en vervoer kent een kern van wettelijke taken en bijbehorende structurele middelen, de andere twee velden veel minder. Het zijn en blijven de zaken waar we het meeste geld aan uitgeven. De afgelopen jaren zijn de budgetten voor deze beleidsterreinen fors gestegen, daar tegenover staat een zeer sterke verwachte daling de komende jaren, mede doordat de financiering voor tijdelijke programma’s als Duurzame Energie, OP EFRO, Interreg en Fryslân Fernijt afloopt en het Friese Merenproject wordt afgerond.
Bij de beleidsvelden Sociaal beleid en Cultuur zijn de uitgaven in de loop der jaren gestaag opgelopen, maar wordt de komende jaren een sterke daling voorzien, waarbij dit budget zich rond 2017 – 2018 stabiliseert. In 2018 is een kleine piek te zien in programma 8. Op dat moment komen middelen voor Kulturele Haadstêd 2018 vrij. Bij Sociaal beleid is de daling in overgrote mate toe te schrijven aan het verdwijnen van jeugdzorg als provinciaal beleidsterrein, bij Cultuur hangt het vooral samen met het verdwijnen van Boppeslach middelen en de overdracht van de middelen voor de Omrop aan het rijk.

Bij het overzicht is nog een aantal kanttekeningen te maken. In programma 5 zijn de natuurmiddelen die vanaf 2016 beschikbaar komen nog niet opgenomen (de definitieve toekenning via de algemene uitkering is nog niet beschikbaar gesteld door het rijk). En de middelen in programma 11, Wurkje foar Fryslân, zijn nog niet opgenomen onder de beleidsprogramma’s waarin de uitvoering van projecten plaats gaat vinden, omdat nog niet alle middelen zijn toebedeeld. De piek in programma 2 (jaar 2012) wordt mede veroorzaakt door de ontvangsten/uitgaven voorziening van het van Harinxma-kanaal.

Afb meerjaren 2017-2018

Als we in de figuur kijken naar het totaal van provinciale uitgaven zien we dat net voor de crisis, in 2007, de provinciale begroting een omvang had van € 365 miljoen. Dit steeg door diverse oorzaken sterk tot een bedrag van € 488 miljoen in 2015. Dit bedrag daalt weer sterk tot € 262 miljoen in 2018.

Niet alleen de omvang van de totale provinciale begroting heeft de afgelopen jaren sterk gefluctueerd. Ook de verdeling over programma’s is heen en weer geschoten. Waar in 2007 het programma Verkeer en vervoer nog ruim eenderde van de provinciale begroting uitmaakte, was dit in 2015 nog maar eenvierde. Ook het relatieve belang van Bestuur en veiligheid en Milieu nam in die periode af, terwijl dat van Landelijk gebied en Economie juist sterk groeide. Het relatieve belang van de overige programma’s bleef min of meer gelijk. In 2018 zien we de spectaculaire comeback van Verkeer en vervoer. De uitgaven daarvoor domineren met bijna 47% van het totaal de begroting. Dit kan te verklaren zijn doordat in een aantal andere programma’s minder middelen beschikbaar zijn (bijvoorbeeld Economie). Het aandeel van Economie zal terugzakken tot nog enkele procenten boven dat in 2007 en dat van Landelijk gebied tot onder dat niveau. In paragraaf 4.2 gaan we specifiek in op de inzet van de Nuon-middelen. In Wat we nu doen, 10.1, komt Wurkje foar Fryslân aan de orde. De daarbij behorende middelen zijn in 2015 opgenomen in de beleidsprogramma’s maar in 2018 nog niet, omdat er nog geen volledige verdeling heeft plaatsgevonden. Als die middelen wel worden opgenomen nuanceert dat het bovenstaande beeld, onder andere omdat veel geld uit Wurkje foar Fryslân in economische doeleinden wordt gestoken.

Samenvattend kunnen we er niet onderuit dat, waar het gaat om ‘reguliere’ begrotings-middelen, onze mogelijkheden om de komende jaren veel nieuwe financiële impulsen aan Fryslân te geven sterk afnemen.

In onderstaande figuur is weergegeven hoe de verdeling over structurele, tijdelijke en bedrijfsvoeringsbudgetten is tussen de programma’s. Het blijkt dat een groot deel van de provinciale begroting bestaat uit tijdelijke budgetten. Budgetten die met een specifiek en tijdelijk doel beschikbaar zijn gesteld. Te denken valt aan de realisatie van de EHS, het programma Friese Meren of Duurzame Energie etc.Voor de (mogelijke) consequenties daarvan verwijzen we naar de paragrafen 4.3 en 4.4.

tot 3

Voor een verdere inhoudelijk en financiële toelichting per programma verwijzen wij u naar het onderdeel “wat we nu doen”.

3.2. Bedrijfsvoeringkosten

Bedrijfsvoering bestaat uit alle activiteiten en de bijbehorende informatievoorziening die de primaire bedrijfsprocessen/kerntaken van de provinciale organisatie ondersteunen. Het totaal van de bedrijfsvoeringkosten in 2015 bedraagt € 80 miljoen, hiervan heeft € 58 miljoen betrekking op personeel en € 22 miljoen op overige bedrijfsvoeringkosten. De bedrijfsvoeringkosten worden deels toegerekend aan projecten en daarmee binnen het project opgevangen. De resterende bedrijfsvoeringkosten worden toegerekend aan de beleidsprogramma’s en gedekt vanuit de algemene middelen.

Samenstelling bedrijfsvoeringkosten

Deze zijn onderverdeeld in personele en de overige bedrijfsvoeringkosten. Tot de personele bedrijfsvoeringkosten behoren onder meer de salariskosten voor de werkgever en opleidingskosten. Onder de overige bedrijfsvoeringkosten vallen onder meer de kosten voor huisvesting, automatisering en archief.

Benchmark personeelscapaciteit/formatie

In het uitvoeringsprogramma van Gedeputeerde Staten staat dat de kosten van ons bestuur en onze organisatie in overeenstemming moeten zijn met die van andere provincies. In 2012 is een benchmark uitgevoerd om de kosten van onze bedrijfsvoering te vergelijken met die van andere provincies.  Hieruit blijkt dat de omvang van de overhead van onze provincie in 2012 behoorlijk lager is dan het gemiddelde van de provincies, namelijk 30% tegen 36% voor het gemiddelde van alle provincies. De resultaten van de vergelijking zijn vertaald naar de norm dat de verhouding 70% primair proces/30% overhead intact moet blijven.

Samenstelling bedrijfsvoeringkosten

In onderstaande tabel (cijfers begroting 2015) wordt de samenstelling van de bedrijfsvoeringkosten weergegeven, onderverdeeld in personele en overige bedrijfsvoeringkosten.

7.2.1.

3.3. Externe inhuur

De huidige inhuur bedraagt € 22,4 miljoen (prognose 2e berap 2014). De inhuur van derden is, net als de inzet van de Flexpool, nodig voor een flexibele bedrijfsvoering. Tijdelijke kwantitatieve of kwalitatieve fricties tussen de vraag naar en het aanbod van deskundigheid en kennis worden opgevangen door interne of externe flexibele krachten. De inhuur van derden doet zich in belangrijke mate voor bij de grote infraprojecten (30% van de totale inhuur) zoals de Centrale As, N381 en RSP-traverse Harlingen. Dit betreft vooral inhuur van extra specialistische kennis. Bij de uitvoering van grote projecten zal dit ook zo blijven. Daarnaast wordt er ingehuurd voor uitvoering van projecten en/of werkzaamheden.

De kosten van inhuur van derden voor investeringsprojecten worden gedekt uit de investeringskredieten die PS voor deze projecten beschikbaar heeft gesteld. Ook voor de komende jaren wordt de inhuur voor een groot deel nog bepaald door de behoefte aan tijdelijk benodigde technische kennis voor de grote projecten.

Een andere ontwikkeling is de brug- en sluisbediening in verband met het overgaan naar op afstand bediende bruggen. Gedurende deze periode zal er nog worden ingehuurd. Naar verwachting is dit gefaseerd operationeel vanaf 2015.

Wanneer wij er voor kiezen vacatureruimte voorlopig niet in te vullen, is het wenselijk personeel in te lenen. Bijvoorbeeld om te anticiperen op het aflopen van de tijdelijke financiering van programma’s en projecten waarop medewerkers met een vaste aanstelling werkzaam zijn, een personeelsstop of geen match op arbeidsmarkt. Dekking van de inhuur vindt beperkt plaats uit vacatureruimte en uit voor inhuur begrote goederen en diensten budgetten.