2.1. Provinciefonds

De Rijksoverheid keert ieder jaar geld uit aan de provincies via het provinciefonds, een fonds met belastinggeld. Het geld uit het provinciefonds is om een deel van de uitgaven van de provincies te betalen: de algemene uitkering. Provincies besteden dit aan bijvoorbeeld wegenonderhoud, bodemsanering en de aanleg van recreatiegebieden. Het provinciebestuur legt jaarlijks verantwoording af over de besteding van de middelen aan Provinciale Staten.

De provincies mogen in belangrijke mate zelf bepalen waaraan ze dit geld uitgeven. Provinciale Staten doen dit op basis van wettelijke taken en autonoom beleid. In het deel van het informatiedossier << Wat we nu doen>> geven we de huidige verdeling van de middelen over de beleidsprogramma’s uit de begroting weer.

Het Provinciefonds groeit of krimpt mee met de ontwikkeling van de rijksuitgaven – deze groei of krimp wordt accres genoemd. Het Rijk informeert de provincies jaarlijks in de mei- en septembercirculaires over het accres. In deze circulaires worden provincies ook geïnformeerd over toevoegingen en veranderingen in de verdeelwijze, bijvoorbeeld vanwege nieuwe provinciale taken of taken die vervallen.