3.1. Economische groei

De economische groei is een belangrijke maatstaf voor de toestand van de economie. Economische groei is de groei van het Bruto Binnenlandse Product (BBP), gecorrigeerd voor de inflatie. Het BBP is de indicator die de omvang van de totale economie weergeeft. Het geeft de totale geldwaarde weer van alle in een regio of land geproduceerde goederen en diensten. Het Bruto Regionale Product (BRP) is de regionale variant van het bruto binnenlands product.

De staat van de economische groei

De economische groei lag in Fryslân in 2013 op -0,9%. Het betreft een voorlopig cijfer. Landelijk gaat het niet veel beter, want ook daar was met -0,8% sprake van krimp. Het Bruto Regionaal Product van Fryslân bedroeg in 2011 € 18,8 miljard. Hiermee draagt Fryslân 3,1% bij aan het Bruto Binnenlands Product van Nederland. Per hoofd van de bevolking is dat ongeveer € 28.500. Dat is ruim 20% lager dan landelijk. Cijfers over 2012 of 2013 zijn nog niet bekend.

De ontwikkeling van de economische groei

Sinds 2011 is er sprake van een negatieve economische groei (krimp). Dit geldt zowel voor Nederland als voor Fryslân. De economische ontwikkeling in Fryslân volgt doorgaans redelijk het landelijke beeld, maar de laatste paar jaar zijn de groeicijfers van Fryslân steeds wel iets slechter dan die van Nederland.

Figuur 3.1.1. Economische groei in Fryslân en Nederland

Het Bruto Regionaal Product per inwoner is sinds 2002 gestegen van circa € 23.000 naar € 28.500. Landelijk was er in deze periode een stijging van € 28.800 naar € 35.900. Het Bruto Regionaal Product per inwoner in Fryslân ligt van oudsher onder het landelijke niveau. Het verschil neemt echter wel geleidelijk toe. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat Fryslân relatief veel laagproductieve sectoren heeft. Een tweede oorzaak is het feit dat de arbeidsparticipatie in Fryslân een stuk lager ligt dan landelijk.

Figuur 3.1.2. Ontwikkeling Bruto Regionaal Product per inwoner in Fryslân en Nederland

De toekomst van de economische groei

Het CPB verwacht dat in 2014 de recessie in Nederland afgelopen zal zijn en dat er weer ruimte ontstaat voor economische groei. Voor Nederland wordt in 2014 een groei verwacht van 0,5%, gevolgd door een groei van 1,3% in 2015. Fryslân zal naar verwachting iets later van het economisch herstel profiteren. Voorlopige cijfers van het ING geven aan dat voor Fryslân in 2014 nog een kleine krimp wordt verwacht van -0,2%, gevolgd door een groei van +0,8% in 2015.

Definities en bronnen

  • CBS
  • ING Economisch Bureau, Regiovisie Friesland (juni 2014)
  • Centraal Plan Bureau, Kortetermijnraming september 2014

Meer grafieken

3.2. Export

Regionale gegevens over de export zijn er maar weinig. De enige gegevens over de ontwikkeling van de export op regionaal niveau zijn afkomstig uit de conjunctuurenquête Nederland. De hier gepresenteerde export-index is een gewogen percentage van de ondernemers die aangeven dat het saldo export vorig kwartaal is afgenomen of toegenomen. Een positieve waarde van de index geeft aan dat er meer ondernemers zijn met een toename dan met een afname.

De staat van de export

De bijdrage van Friesland aan de totale Nederlandse export is slechts 1%. Er zijn echter twee factoren waardoor het belang van de export voor Fryslân toch groter is dan zo op het eerste gezicht lijkt. In de eerste plaats bestaat een groot deel van de Nederlandse export uit wederuitvoer van geïmporteerde goederen. Hieraan wordt veel minder verdiend dan aan de export van hier geproduceerde goederen. In de tweede plaats wordt een deel van de in Fryslân geproduceerde goederen als halffabricaat geleverd aan bedrijven buiten Fryslân waarna deze alsnog worden geëxporteerd. Als met deze effecten rekening wordt gehouden dan blijkt dat de export ongeveer 21% bijdraagt aan het bruto regionaal product van Fryslân. Dit percentage is vergelijkbaar met andere provincies.

De ontwikkeling van de export

Uit de conjunctuurenquête blijkt duidelijk dat de export de weg omhoog heeft teruggevonden. In het tweede kwartaal van 2013 was de exportindex nog negatief, daarna is de index ieder kwartaal toegenomen tot een plus van ruim 10% in het eerste kwartaal van 2014. Voor Fryslân is dit de hoogste waarde sinds drie jaar. De ontwikkeling van deze exportindex is ongeveer gelijk met die van Nederland.

Figuur 3.2.1.    Export-index Fryslân en Nederland

De toekomst van de export

Het Centraal Planbureau rekent er op dat de export de komende jaren zal toenemen. In haar meest recente raming verwacht zij in 2014 een groei van 3,25% en in 2015 een groei van 3,75%. Zoals uit bovenstaande blijkt ontwikkelt de Friese export zich doorgaans redelijk conform het landelijk beeld. De verwachting is dan ook dat de Friese export de komende jaren eveneens zal toenemen.

Bronnen

  • Kamer van Koophandel/CBS, Conjunctuurenquête Nederland (COEN).
  • CBS, Internationalisatie Monitor 2014.
  • Centraal Planbureau, Ramingscijfers 16 september 2014.

Meer grafieken

3.3. Werkgelegenheid

Als gevolg van de economische en financiële crisis staat de werkgelegenheid onder druk. Binnen enkele sectoren is sprake van een behoorlijke krimp in het aantal banen. Tegelijkertijd neemt als gevolg van het de voortgaande vergrijzing en ontgroening het arbeidsaanbod ook verder af. Hier worden werkgelegenheidscijfers van 2013 gepresenteerd. Dit is het meest recente jaar waarop zowel provinciale als landelijke cijfers beschikbaar zijn en dus vergeleken kunnen worden. In december 2014 zijn voorlopige uitkomsten van het werkgelegenheidsregister 2014 gepubliceerd. Deze zijn hier nog niet verwerkt.

De staat van de werkgelegenheid

Op 1 april 2013 telde Fryslân in totaal 283.520 banen. Het betreft 223.302 fulltime banen (banen van minimaal 15 uur per week) en 60.217 parttime banen (banen van minder dan 15 uur per week). In totaal wordt 54% van de banen bezet door een man en 46% door een vrouw. De meerderheid van de fulltime werkgelegenheid wordt ingenomen door mannen (60%). Parttime zijn vrouwen met 67% in de meerderheid. Landelijk is met 45% het aandeel banen bezet door een vrouw iets minder. Dit verschil van één procent is te verklaren door de relatief grote zorgsector in Fryslân. De zorgsector is de grootste werkgever in Fryslân, gevolgd door de industrie, handel en zakelijke dienstverlening.

De ontwikkeling van de werkgelegenheid

Tussen 2012 en 2013 is het aantal fulltime banen in Fryslân met 3.815 afgenomen, een krimp van 1,7%. Landelijk is het aantal fulltime banen in dezelfde periode met 1,4% iets minder sterk gekrompen. De werkgelegenheidsontwikkeling verschilt sterk per sector. De bouwsector heeft tussen april 2012 en april 2013 1.445 banen verloren en is daarmee met 8,1% gekrompen.

Figuur 3.3.1.         Ontwikkeling werkgelegenheid per sector tussen 2012 en 2013.

Figuur 3.3.1.         Ontwikkeling werkgelegenheid per sector tussen 2012 en 2013.

Figuur 3.3.1. nog vervangen door periode 2008-2013?

De financiële instellingen tellen gezamenlijk 420 banen minder dan in 2012, een daling van 4,6%. De Friese industrie telt met een krimp van 2% 675 banen minder dan een jaar eerder. Binnen het onderwijs nam het aantal banen met 535 af, een daling van 3,2%. Binnen het onderwijs staat hier wel een groei van ruim 300 parttime banen tegenover. Binnen de handel, vervoer en horeca is de werkgelegenheid tussen de 2% en 3% gekrompen. De landbouw telt 0,7% banen minder. Bij de dienstverlening, de gezondheidszorg en bij de overheidsinstellingen is geen sprake van banenverlies, maar een bescheiden groei van minder dan 1%.

Figuur 3.3.2. Ontwikkeling werkgelegenheid (index) regionaal, provinciaal en Nederland (banen van minimaal 15 uur)

In 2009 werden de gevolgen van de financiële en economische crisis zichtbaar in de Friese werkgelegenheid. Sinds het uitbreken van de crisis zijn er bijna 8.500 fulltime banen verloren gegaan, een krimp van 3,7%. Met name binnen de bouw, de industrie en bij de financiële instellingen zijn de gevolgen van de crisis groot. In de periode 2008-2013 zijn ruim 4.400 fulltime banen verloren gegaan in de Friese bouwsector, een krimp van 21%. Financiële instellingen kennen een krimp van 13,4% en de industrie zag 9% van haar werkgelegenheid verdwijnen. De crisis wordt enigszins gecamoufleerd door de sterke banengroei in de zorg en welzijnssector. In de afgelopen tien jaar is de Friese werkgelegenheid met 2,2% minder sterk gegroeid dan landelijk (3,6%).

Er zijn duidelijke verschillen tussen de regio’s waarneembaar als het gaat om de werkgelegenheidsontwikkeling in de afgelopen 10 jaar. In Zuidwest- en Zuidoost Fryslân is het aantal banen met respectievelijk 5% en 6% toegenomen; ruim boven het provinciaal gemiddelde van 2,2%. Het Noorden van de provincie laat een ander beeld zien. Noordwest Fryslân kent sinds 2003 een minieme groei van 0,4% en in Noordoost Fryslân is de werkgelegenheid zelfs met 4,3% afgenomen in de afgelopen 10 jaar. Het aandeel vrouwen in de Friese werkgelegenheid (fulltime banen) is sinds 2002 toegenomen van 37% naar 40,1%. De ontwikkelingen qua werkgelegenheid in het MKB en grootbedrijf zijn in de paragraaf vestigingen beschreven.

De toekomst van de werkgelegenheid

Het herstel van de economie is in 2014 ingezet. Landelijk wordt er in 2014 een economische groei van 0,5% verwacht. Voor Noord-Nederland geldt echter dat ook 2014 nog een krimpjaar zal zijn. Pas in 2015 groeien de noordelijke provincies weer, maar op een lager niveau dan nationaal. Ondanks de nationaal aantrekkende economie zal de werkgelegenheid naar verwachting ook in 2014 landelijk nog afnemen (-0,7%). Voor 2015 wordt landelijk een kleine groei (+0,3%) verwacht. Gezien het langzame economische herstel in het noorden is het de vraag of ook in Fryslân de werkgelegenheid in 2015 zal toenemen. Terwijl het bedrijfsleven langzaam herstelt van de crisis, moet in de collectieve sector rekening worden gehouden met werkgelegenheidsafname in de komende jaren. Binnen de sector zorg en welzijn zal sprake zijn van een omslag van banenmotor naar krimpsector. Ook binnen de overheid is vanwege bezuinigingen een verder banenverlies te verwachten. De werkgelegenheid bij financiële instellingen zal ook verder krimpen. Update: de voorlopige werkgelegenheidscijfers 2014 tonen een krimp van 1,3% van het aantal fulltime banen tussen april 2013 en april 2014. In dezelfde periode nam het aantal parttime banen met 0,1% af. Zie ook Fluchskrift Werkgelegenheid 2014 (pdf).

Bronnen

  • Provincie Fryslân, Werkgelegenheidsregister 2013.
  • LISA, Werkgelegenheidsregister Nederland.
  • UWV WERKbedrijf, UWV Arbeidsmarktprognose 2014-2015
  • UWV WERKbedrijf, Regionale arbeidsmarktschets
  • UWV WERKbedrijf, Basisset Regionale arbeidsmarktinformatie, januari 2014

Meer grafieken

3.4. Werkgelegenheidsstructuur

We hebben de structuur van de werkgelegenheid in Fryslân in beeld gebracht op basis van de fulltime werkgelegenheid in verschillende sectoren. Daar worden alle banen van minimaal vijftien uur toe gerekend. Ook is een vergelijking met de totale Nederlandse situatie gemaakt. Dit geeft enerzijds een beeld van de veranderingen in de (omvang van de) verschillende sectoren in Fryslân en anderzijds van het relatieve belang ten opzichte van de Nederlandse situatie.

De staat van de structuur

De zorgsector levert het meeste werk op in Fryslân, gevolgd door industrie en handel. De industrie en landbouwsector zijn  relatief groot in Fryslân vergeleken met de landelijke structuur. Dit geldt in mindere mate ook voor de bouw, de zorg en financiële instellingen. Bij de diensten-, handel- en vervoerssector is het omgekeerde het geval: het aandeel van de dienstensector als werkgever is relatief laag in Fryslân.

Figuur 3.4.1.      Werkgelegenheidsstructuur sectoren in Fryslân en Nederland 2013 (in %).

Figuur 3.4.1.       Werkgelegenheidsstructuur sectoren in Fryslân en Nederland 2013 (in %).

De vijf Friese regio’s verschillen onderling vrij sterk. De regio Noordoost heeft een relatief groot aandeel landbouw, industrie en bouw en een laag aandeel dienstverlening en gezondheidszorg. De regio Noordwest heeft een structuur met relatief weinig industrie, bouw en handel en veel werkgelegenheid in financiële instellingen, overheid en gezondheidszorg. Dit komt met name ook doordat Leeuwarden binnen deze regio valt. In de regio Zuidwest Fryslân hebben de sectoren landbouw, bouw en dienstverlening een relatief groot aandeel. De gezondheidszorg en het onderwijs hebben hier een relatief kleiner aandeel in de structuur. Zuidoost Fryslân kent een relatief groot aandeel handel en gezondheidszorg. Op de Waddeneilanden is de horeca met afstand de grootste sector.

Figuur 3.4.2. Werkgelegenheidsstructuur sectoren regionaal 2013 (in %).

De ontwikkeling van de werkgelegenheidsstructuur

Het aantal fulltime banen binnen de zorgsector is in Fryslân de afgelopen tien jaar met ruim 8.600 toegenomen tot een totaal van ruim 38.000. De groei was met 29% iets groter dan landelijk het geval was (25%). De industrie is de op één na grootste sector van Fryslân en heeft sinds 2003 12% van haar banen ingeleverd. Landelijk is het banenverlies in de industrie nog groter geweest. Het aantal banen in de landbouw (-20%), de bouw (-15%), bij financiële instellingen (-19%) en bij de overheid (-6%) is de afgelopen tien jaren eveneens afgenomen. Dit leidt tot een afname van aandeel in de werkgelegenheidsstructuur. De werkgelegenheid binnen de dienstensector kent een groei van 27% ten opzichte van 2003. Naast de dienstensector is ook het aantal onderwijsbanen toegenomen, maar sinds 2011 is sprake van afnemende werkgelegenheid in het onderwijs. Een bescheiden groei is te zien binnen de handel- en vervoersector. De Friese werkgelegenheidsstructuur is hierdoor minder op de landelijke gaan lijken. De regio’s Noordoost- en Zuidwest Fryslân hebben relatief weinig werkgelegenheid binnen de groeiende sectoren en relatief veel werkgelegenheid binnen de krimpende sectoren.

De toekomst van de werkgelegenheidsstructuur

Terwijl het bedrijfsleven langzaam herstelt van de crisis, moet in de collectieve sector rekening worden gehouden met werkgelegenheidsafname in de komende jaren. Als gevolg van overheidsmaatregelen om de kosten in de zorg te drukken zal er binnen de sector zorg en welzijn sprake zijn van een omslag van banenmotor naar krimpsector. Ook binnen de overheid is vanwege bezuinigingen een verder banenverlies te verwachten. De werkgelegenheid bij financiële instellingen, de industrie en landbouw zal ook verder krimpen. In de overige sectoren is een bescheiden werkgelegenheidsgroei te verwachten in 2015. De industrie zal profiteren van een aantrekkende wereldeconomie, maar de werkgelegenheid in de sector neemt trendmatig af door een stijging van de arbeidsproductiviteit. Voor de bouwsector geldt dat deze naar verwachting zal stabiliseren na de forse verliezen in de afgelopen jaren.

Bronnen

Meer grafieken

3.5. Vestigingen (bedrijven en instellingen)

Deze paragraaf schetst een beeld van de vestigingenstructuur in Fryslân en de ontwikkeling van het Midden- en kleinbedrijf (MKB). Het MKB betreft alle bedrijven tot 250 werkenden in de marktsector. De marktsector bestaat uit het bedrijfsleven, zonder overheid, maar ook zonder de delfstoffenwinning, onderwijs , verhuur en exploitatie van onroerend goed en de zorgsector. Bedrijven in de marksector met meer dan 250 werknemers vallen binnen het grootbedrijf (GB). In een aparte paragraaf wordt informatie over de bedrijventerreinen gepresenteerd.

De staat van de vestigingen (bedrijven en instellingen)

In 2013 telde Fryslân 53.608 vestigingen. De handelssector en zakelijke dienstverlening tellen de meeste vestingen. Beide sectoren zijn goed voor 18% van alle bedrijven/instellingen. De sectoren overige dienstverlening, bouw en landbouw zijn ieder goed voor ruim 10% van de Friese bedrijven/instellingen.

Figuur 3.5.1.     Aantal vestigingen naar sector 2013

Figuur 3.5.1. Aantal vestigingen naar sector 2013

Ruim de helft (56%) van de vestigingen bestaat uit eenpersoonsvestigingen (waaronder zzp’ers). Met name in de bouw en dienstverlening is het aandeel eenpersoonsbedrijven groot. Van de Friese vestigingen valt 86% binnen de marktsector. De overige vestigen zijn instellingen binnen de overheid, onderwijs, zorg, delfstoffenwinning en verhuur/exploitatie van onroerend goed (hierna te noemen: non-profit/overig). De Friese marktsector telt 46.071 MKB-bedrijven en 47 bedrijven met het kenmerk grootbedrijf. Van de MKB bedrijven zijn 28.029 bedrijven eenpersoonsbedrijven (waaronder zzp’ers).

Het Friese MKB is in 2013 goed voor 61% van de totale Friese werkgelegenheid. Het grootbedrijf heeft een aandeel van 8%. De non-profit/overig vestigingen kennen een gezamenlijk aandeel van 31%. Landelijk kent non-profit/overig  eenzelfde aandeel. Het MKB heeft landelijk met 56% een wat kleiner- en het grootbedrijf met 13% een wat groter aandeel in de werkgelegenheid.

Figuur 3.5.2. Ontwikkeling aantal vestigingen naar type 2003-2013

Figuur 3.5.2. Ontwikkeling aantal vestigingen naar type 2003-2013

De ontwikkeling van de vestigingen (bedrijven en instellingen)

Het totaal aantal Friese vestigingen is tussen 2003 en 2013 met bijna 15.000 toegenomen, goed voor een groei van 39%. Deze groei komt voor rekening van de explosieve groei van het aantal eenmansbedrijven/zzp’ers. Hier staat tegenover dat het aantal MKB vestigingen met minimaal 1 werknemer met 21% is afgenomen ten opzichte van 2003. Het grootbedrijf nam toe van 40 vestigingen in 2003 naar 47 in 2013. Het aantal non-profit/overige vestigingen nam met 11% af tot een totaal van 3.532 in 2013.

 

Figuur 3.5.3. Werkgelegenheidsontwikkeling MKB, Grootbedrijf en non-profit/overig Fryslân en Nederland

Sinds 2003 is het aantal banen in het Friese MKB met 3,2% gedaald. De werkgelegenheid binnen het grootbedrijf is met 14,8% toegenomen. Hierbij dient wel opgemerkt dat de vergelijking tussen MKB en grootbedrijf enigszins beïnvloed wordt door vestigingen die tussen 2003 en  2013 de grens van 250 fulltime medewerkers zijn gepasseerd. Landelijk telt het MKB en grootbedrijf in 2013 nagenoeg evenveel banen als in 2003. De gevolgen van de economische crisis voor het MKB zijn duidelijk in de grafiek af te lezen. Aan de vooravond van de crisis was er binnen het Friese MKB nog sprake van een groei van 4,4%. Binnen het MKB is het aantal eenmansbedrijven (waaronder zzp’ers) sinds 2003 ruim verdubbeld. De werkgelegenheid bij MKB bedrijven met personeel is met 10% afgenomen. De totale werkgelegenheid binnen non-profit/overige vestigingen is de afgelopen 10 jaar zowel landelijk (+13%) als in Fryslân (+15%) fors gegroeid. Na 2012 is deze groei echter wel omgeslagen naar krimp.

De toekomst van de vestigingen (bedrijven en instellingen)

De afgelopen jaren is er een sterke groei geweest van het aantal zzp’ers. Momenteel kent Nederland circa 750.000 zzp’ers. Volgens het Verwey Jonker Instituut en het Centraal Planbureau zal de groei de komende jaren verminderen, maar worden er in 2030 toch één miljoen zzp’ers in Nederland verwacht. Het aantal bedrijven/instellingen met minimaal twee werkzame personen op gebied van gezondheidszorg en dienstverlening zal naar verwachting de komende jaren gestaag verder groeien. Binnen de bouw, handel, financiële instellingen en onderwijs is al vijf jaar een dalende ontwikkeling waarneembaar. Het is zeer aannemelijk dat deze ontwikkeling zich de komende jaren verder doorzet. Het totaal aantal bedrijven/instellingen met minimaal twee werkzame personen zal nog wat verder dalen.

Definities en bronnen

  • MKB = Midden en Klein Bedrijf (MKB) bestaat uit alle bedrijven tot 250 werknemers, zonder overheid, delfstoffenwinning, verhuur en exploitatie van onroerend goed en de zorgsector
  • Provincie Fryslân, Werkgelegenheidsregister 2013
  • ING Economisch bureau
  • LISA, Werkgelegenheidsregister Nederland

Meer grafieken

  • aantal vestigingen totaal (inclusief Landbouw) naar grootteklasse per sector 2013
  • aantal vestigingen totaal (exclusief Landbouw) naar grootteklasse per sector 2013

3.6. Innovatie

Innovatie komt vanuit verschillende sectoren: bedrijfsleven, universiteiten, researchinstellingen en particulieren. Het gaat om onderzoek en ontwikkeling gericht op nieuwe producten, productieprocessen, diensten en markten. Innovatie draagt bij aan voortdurende vernieuwing van de economische sectoren en aan groei van de economische sector, werkgelegenheid en inkomen. Beleidsmatig richt de provincie Fryslân zich op de sectoren: recreatie en toerisme, zorgeconomie (cure & care), agrofood, duurzame energie en watertechnologie. Er zijn geen gegevens beschikbaar die de innovatie-ontwikkelingen binnen Fryslân exact duiden. We belichten in dit hoofdstuk het innovatiepotentieel, de innovatieprestatie en de octrooidichtheid. Ook de ontwikkeling van de werkgelegenheid in genoemde sectoren geeft een indicatief beeld. Er kan niet per definitie gezegd worden dat binnen elk van deze bedrijven innovatie plaatsvindt.

De staat van innovatie

Uit onderzoek naar het innovatiepotentieel van Nederlandse provincies blijkt dat Fryslân op de negende plek op de ranglijst staat en hiermee iets lager dan het gemiddelde scoort. De lage notering is toe te schrijven aan het lage percentage Friezen met een hoge opleiding, het lage percentage kenniswerkers en het lage aandeel in innovatieve banen. Met de NHL, Van Hall Larenstein en Stenden zijn er wel hogescholen of dependances ervan, maar geen universiteit. Bovendien blijft het aantal banen op hoger en wetenschappelijk beroepsniveau ver achter op de landelijke niveaus. Wel scoort Friesland bovengemiddeld wat betreft de ontwikkeling van het aantal innovatieve starters en Fryslân staat zelfs bovenaan met het percentage zelfstandigen (zzp‘ers) in de werkzame beroepsbevolking.

Het aantal starters in innovatieve sectoren is sinds 2010 met circa 725 per jaar in Friesland constant, maar dit is beter dan de achteruitgang die in geheel Nederland te zien was. Vooral in de agrarische sector en de industrie is er een bovengemiddeld aantal starters. Agrofood is het (innovatie)fundament van deze provincie en de honderden miljoenen investeringen in de zuivelindustrie in en rond onder meer Heerenveen, maar ook de robotisering bij het industriële innovatiecluster in Drachten zijn gepaard gegaan met innovatieve start-ups actief in de agrarische en industriële ketens. Opmerkelijk is dat de gerealiseerde innovatieprestatie met een achtste plaats hoger ligt dan de negende voor het innovatiepotentieel. Voor een groot deel heeft dit te maken met de aanwezigheid van Philips. De elektrotechnische industrie besteedt verhoudingsgewijs een flink deel van haar omzet aan R&D.

Kijken we naar het aantal banen binnen de (top)sectoren waar de provincie Fryslân zich beleidsmatig op richt dan zien we dat de sectoren in 2013 gezamenlijk goed zijn voor 69.728 banen. Het aantal arbeidsplaatsen is in de sector cure & care met 37.566 banen het grootst (een aandeel van 53,8% op het totaal van de beschouwde drie sectoren). De sector Agrofood telt in 2013 bijna 21.000 banen en Recreatie en Toerisme 11.245 banen.

Figuur 3.6.1. Ontwikkeling werkgelegenheid in 3 van de 5 innovatieve sectoren 2003-2013

Figuur 3.6.1. Ontwikkeling werkgelegenheid in 3 van de 5 innovatieve sectoren 2003-2013

Een andere indicator voor het meten van innovatie is de octrooidichtheid. De octrooidichtheid wordt gemeten door per provincie het aantal octrooiaanvragen bij bedrijven uit de 9 topsectoren die de Rijksoverheid onderscheidt, te delen door het totaal aantal bedrijven in die 9 topsectoren. Fryslân kent in de topsectoren 19.497 bedrijven. In de periode 2006-2010 hebben hiervan 74 octrooien aangevraagd (een octrooidichtheid van 0,38%). Hiermee staat Fryslân op een zevende plaats. In figuur 3.6.2. is de verdeling van deze bedrijven over de 9 topsectoren weergegeven. Hierbij is een aantal bedrijven dubbel meegeteld omdat ze onder meerdere sectoren kunnen vallen. De sector hightech systemen kent met een aandeel van 50% veruit het grootste aandeel in de octrooi aanvragende bedrijven. De sector water volgt met 16%. Agrofood (9%), Energie (8%) en Chemie (7%) hebben dan nog enige rol van betekenis. De andere vier sectoren hebben in de periode 2006-2010 weinig inbreng gehad. Het hoge aandeel octrooiaanvragen in de sector hightech systemen heeft waarschijnlijk mede te maken met de aanwezigheid van Philips Drachten. Dit trekt ook andere innovatieve bedrijfjes aan en versterkt daarmee regionaal en provinciaal het innovatievermogen.

Figuur 3.6.2. Aandeel octrooi aanvragende bedrijven per topsector in de periode

Figuur 3.6.2. Aandeel octrooi aanvragende bedrijven per topsector in de periode 2006-2010

 

 De ontwikkeling van innovatie

In de sectoren “cure & care” en  “recreatie en toerisme” is het aantal arbeidsplaatsen in de periode 2003-2013 toegenomen. In de sector “cure & care” was de stijging het grootst met 7.413 arbeidsplaatsen extra, dat is een stijging van 24,5%. In de sector “recreatie en toerisme” steeg het aantal arbeidsplaatsen met 175, een stijging van 1,6 %. In de sector agrofood is het aantal banen in de periode 2003-2013 met 4.122 banen afgenomen (-16,5%). De  werkgelegenheid in de watertechnologie en duurzame energie is niet één op één toe te schrijven aan een selectie van bedrijven, maar betreft veelal een onderdeel van een bedrijf. De groei van het aantal banen in de watertechnologie wordt geschat op 6,5% in de periode 2005-2013.

De toekomst van innovatie

Het kabinet wil topsectoren nog sterker maken. Topsectoren zijn sectoren, waarin Nederland wereldwijd wil uitblinken. De sectoren agrofood, (duurzame) energie en water (technologie) vallen hieronder. De verwachting is dat deze sectoren zich verder kunnen ontwikkelen en uitbreiden dankzij maatregelen van de landelijke overheid. Fryslân heeft potentie om zich te ontwikkelen tot een kennisintensieve regio met het huidige aanbod aan Hbo- en Mbo-scholen.

Definities en bronnen

  • Innovatiepotentieel = het innovatiepotentieel is in dit onderzoek gemeten aan de hand van vijf indicatoren: (1) het aantal kenniswerkers, (2) het aantal hoger opgeleiden, (3) het aantal innovatieve banen, (4) de gemiddelde groei van het aantal innovatieve starters, (5) het aantal zelfstandigen.
  • Agrofood = bedrijven in de agrarische sector zoals boeren, tuinders maar ook bedrijven die machines, zaaizaad of kunstmest maken.
  • Cure & care = ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, algemene ziekenhuizen, huisartsen en revalidatie.
  • Octrooi = een octrooi, of ook wel patent genoemd, is een exclusief recht op een uitvinding om anderen te verbieden om deze uitvinding commercieel toe te gaan passen. Een octrooi kan worden aangevraagd op technologische innovaties. Een octrooi kan alleen worden verkregen op een uitvinding. Dit kan bijvoorbeeld een onderdeel van een nieuw product zijn, maar ook een technologische verbetering van een bestaande werkwijze of productieproces. De basiseisen van een octrooieerbare uitvinding zijn dat het nieuw, inventief (d.w.z. het moet niet voor de hand liggen) en industrieel toepasbaar is.
  • BBO/Grontmij, Watertechnologie Noord-Nederland – Groeiende sector met grote toegevoegde waarde 2012.
  • Panteia, Intellectueel eigendom topsectoren – octrooien, merken en modellen topsectoren naar provincie, april 2013.
  • Provincie Fryslân, Economische beleidsvisie – Groen, slim en grensverleggend 2012
  • ING Economisch bureau, Innovatiepotentieel niet in alle provincies benut, kwartaalbericht regio’s juni 2014.
  • www.agrofoodlink.eu/nl
  • www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ondernemersklimaat-en-innovatie/investeren-in-topsectoren

3.7. Digitalisering

Voor een snelle internetverbinding is een aansluiting op een NGA-netwerk (glasvezel of kabel/coax) noodzakelijk. Een groot deel van de Friese huishoudens op het platteland is op dit moment nog verstoken van een dergelijke verbinding.

De staat van de digitalisering

Fryslân kan worden verdeeld in drie soorten gebieden. Gebieden waar huishoudens beschikking hebben over twee NGA-netwerken (kabel en glasvezel). Op de kaart betreft dit de donkere gebieden. In totaal gaat het naar schatting om circa 64.700 huishoudens. De tweede categorie gebieden betreft gebieden waar huishoudens beschikking hebben over één NGA-netwerk (kabel). Op de kaart gaat het om de grijze gebieden waar circa 185.000 huishoudens wonen. De laatste categorie gebieden beschikt niet over een NGA-netwerk. Het gaat om de witte gebieden in figuur 3.7.1.. Hier wonen circa 33.600 huishoudens. Het gaat hier met name om kleine dorpen en afgelegen locaties.

Figuur 3.7.1.       Beschikbaarheid van een NGA-netwerk

De ontwikkeling van de digitalisering

In de zwarte en grijze gebieden hebben commerciële partijen minimaal één NGA-netwerk aangelegd, waardoor inwoners in deze gebieden in ieder geval de mogelijkheid hebben om gebruik te maken van een snelle internetverbinding. Deze digitale infrastructuur bestaat deels uit de traditionele kabeltelevisienetwerken en in toenemende mate uit glasvezelnetwerken. De witte gebieden zijn tot dusver verstoken gebleven van deze snelle netwerken en zijn aangewezen op internet via de koperen telefoonlijn. De capaciteit van het kopernetwerk wordt op dit moment al ontoereikend geacht, terwijl in de nabije toekomst nog een enorme groei van het dataverkeer wordt verwacht.

De toekomst van de digitalisering

De verwachting is dat marktpartijen in de nabije toekomst in de grijze gebieden door zullen gaan met het aanleggen van glasvezelnetwerken, zodat huishoudens daar de beschikking krijgen over een ruimere keus in het aanbod aan NGA-verbindingen. In de witte gebieden is de situatie echter anders. Daar is nog geen NGA aanwezig en de verwachting is dat marktpartijen dat ook niet op korte termijn zullen realiseren, omdat dat commercieel niet interessant is. Zonder hulp van de overheid zullen deze witte gebieden verstoken blijven van een volwaardige toegang tot de digitale snelweg.

Definities en bronnen

  • NGA = Next Generation Accessnetwork.
  • Startnotitie Een Next Generation Accessnetwork (NGA) voor elk huishouden in Fryslân 2013. Provincie Fryslân.

3.8. Recreatie en toerisme

Recreatie en toerisme is een belangrijke economische sector in Fryslân. Indicatoren die het belang van deze sector weergeven zijn met name de werkgelegenheid, de toeristische bestedingen en het aantal toeristische overnachtingen. De werkgelegenheid wordt gemeten in het aantal banen dat kan worden toegerekend aan deze sector. Overnachtingen kunnen worden onderverdeeld in overnachtingen van Nederlanders en van buitenlanders.

De staat van recreatie en toerisme

Ongeveer 6,5% van de totale werkgelegenheid in Fryslân is direct afhankelijk van toerisme en recreatie. In 2013 betreft dit circa 18.400 arbeidsplaatsen. Het landelijke percentage is 6,2% en ligt daarmee wat lager. Kijken we ook naar de indirecte effecten dan is naar schatting 8,7% van de Friese werkgelegenheid afhankelijk van de sector recreatie en toerisme.

De gemiddelde bestedingen van vakantiegangers in Fryslân zijn iets hoger dan landelijk. In 2013 was dit in Fryslân 31 euro per dag per persoon tegenover 26 euro per dag landelijk. Het aantal toeristische overnachtingen is op jaarbasis ongeveer 8 miljoen. Hiervan wordt 14% gerealiseerd door buitenlanders, met name Duitsers. In 2013 is het aantal buitenlanders flink gestegen en de eerste cijfers voor 2014 geven aan dat dit aantal verder toeneemt.

Figuur 3.8.1.         Ontwikkeling werkgelegenheid (absoluut in arbeidsplaatsen en geïndexeerd) in de sector
Recreatie en Toerisme in Fryslân en Nederland

 

Figuur 3.8.2.         Ontwikkeling aantal overnachtingen in Fryslân.

Figuur 3.8.2. Ontwikkeling aantal overnachtingen in Fryslân

De ontwikkeling van recreatie en toerisme

Sinds het uitbreken van de economische crisis in 2008 is het niet zo goed gegaan in deze sector. De werkgelegenheid is afgenomen van 19.800 in 2008 tot 18.400 banen in 2013. In totaal zijn er dus 1.400 banen verloren gegaan. Vóór de economische crisis was de banengroei in de sector groter dan gemiddeld in Fryslân, maar de laatste jaren de krimp dus ook. De sector heeft dus meer dan gemiddeld te lijden van de economische teruggang. Het aandeel van de recreatie en toerisme in de totale werkgelegenheid is hierdoor gedaald van 6,8% in 2008 naar 6,5% in 2013. De grootste verliezers binnen de sector zijn de deelsectoren “horeca” en “jachtbouw”, maar ook bij de “logiesaccommodaties” is het aantal banen afgenomen. Alleen de deelsector “cultuur, recreatie en amusement” kent nog steeds een kleine groei.

Het aantal overnachtingen schommelt de laatste paar jaar rond de 8 miljoen. Een aantal jaren geleden was dat duidelijk hoger, maar er lijkt nu wel een stabilisatie plaats te vinden. In 2013 is het aantal binnenlandse overnachtingen iets gedaald, maar dat is gecompenseerd door een toename van de buitenlandse overnachtingen.

De totale bestedingen in 2013 van Nederlanders die hun vakantie doorbrengen in Fryslân was 252 miljoen euro. Ondanks het lagere aantal overnachtingen zijn de bestedingen de laatste 10 jaar wel ongeveer gelijk gebleven dankzij het feit dat de gemiddelde bestedingen per persoon zijn toegenomen.

De toekomst van recreatie en toerisme

De sector recreatie en toerisme heeft een moeilijke periode achter de rug maar desondanks ziet de toekomst er wel goed uit. Uit de eerste voorlopige cijfers blijkt dat 2014 een goed jaar was voor deze sector. Vooral het aantal buitenlandse toeristen nam toe. Dit geldt niet alleen voor Fryslân maar voor heel Nederland. Op de wat langere termijn is vooral het feit dat Leeuwarden is aangewezen als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 van groot belang. De verwachting is dat dit de komende jaren zal leiden tot een forse toename van het aantal (ook buitenlandse) bezoekers naar Fryslân.

Bronnen

  • Continu Vakantieonderzoek, NBTC-NIPO
  • CBS Statline
  • Provincie Fryslân, Werkgelegenheidsregister 2013
  • LISA, Werkgelegenheidsregister Nederland

Meer grafieken