9.1. Vervoersystemen en mobiliteit

Een duurzaam verkeer- en vervoerssysteem levert een bijdrage aan de verplaatsingsbehoefte van inwoners en bezoekers van Fryslân en voldoet aan de behoefte om goederen te transporteren. Aan de hand van verkeerstellers langs het provinciale wegennet worden de verkeersintensiteiten ieder etmaal nauwlettend gevolgd. Sinds eind 2010 wordt ook op een aantal vaste telpunten het aantal passerende fietsers gemeten. Als maatstaf voor de ontwikkeling van het goederenvervoer wordt het aantal passerende beroepsvaartuigen gemeten bij de vier invalspoorten (sluizen) op de provinciegrens. Het gaat om tellingen van zowel binnenkomende schepen als uitgaande schepen.

De staat van vervoerssystemen en mobiliteit

De verkeersintensiteit op een 32-tal telpunten op het provinciale wegennet was in 2012 op werkdagen 237.400 motorvoertuigen per etmaal. Een groot deel hiervan vindt plaats tijdens de spits ten behoeve van het woon-werkverkeer. In het kader van de Mobiliteitsmonitor Werk Slim, Reis Slim is voor een groot aantal werknemers bij bedrijven in Leeuwarden in beeld gebracht in welke mate auto, fiets dan wel openbaar vervoer werd gebruikt voor het dagelijkse woon-werkverkeer (de zogenaamde modal-split). De auto had in 2013 een marktaandeel van 47%, de fiets 34%, het openbaar vervoer 16% en de overige vervoerswijzen 3%.

Sinds eind 2010 worden langs 28 wegen in Fryslân het aantal passerende fietsen permanent geteld. Op al deze telpunten samen lag dit aantal in 2013 op 8,8 miljoen fietsbewegingen. De drukste fietsroute wordt gevonden bij teller 42.428 in Leeuwarden (960.000 bewegingen), gevolgd door teller 43.428 in Leeuwarden (785.000) en teller 49.678 in Heerenveen (607.000). Het registratiepunt met het laagste aantal fietsbewegingen ligt bij teller 22.558 in Bolsward (104.000).

Het aantal passerende beroepsvaartuigen is bij de sluizen van Lemmer en Gaarkeuken het grootst met ruim 17.000 passages in 2013. Daarna volgen respectievelijk Gaarkeuken met bijna 13.500 passages, de Tsjerk Hiddes sluis in Harlingen met ruim 5.000 en de Johan Friso sluis in Stavoren met ruim 500.

Figuur 9.1.1. Ontwikkeling verkeersintensiteit 2007-2012 op provinciale wegen

De ontwikkeling van vervoerssystemen en mobiliteit

In de periode 2007 tot en met 2012 is de totale verkeersintensiteit op werkdagen op de bekeken 32 telpunten afgenomen met 4% van 247.750 motorvoertuigen tot 237.400 motorvoertuigen. Tot en met 2009 was er sprake van een lichte stijging tot 250.000 voertuigen, maar vanaf 2010 is een daling ingezet. Ook landelijk is er de laatste jaren sprake van een afname al is die minder sterk. Oorzaken liggen vermoedelijk in de toename van de populariteit van het thuiswerken en de economische crisis. Als gevolg van een toenemende werkloosheid, is het woon-werkverkeer afgenomen. Deze verschuiving zie je niet echt helemaal terug in de ontwikkeling van de modal-split in de Mobiliteitsmonitor Werk Slim, Reis Slim. De auto had in 2011 een marktaandeel van 44% (tegenover 47% in 2013), de fiets  31% (tegenover 34% in 2013), het openbaar vervoer  bijna 19% (16% in 2013) en de overige vervoerswijzen 6% (3% in 2013). Wel zijn er in 2013 minder autoritten en autokilometers in de spits geteld dan in 2011. Blijkbaar zijn mensen wat meer buiten de spits om gaan reizen met de auto.

Op de kaart is de ontwikkeling van de verkeersintensiteit op de provinciale wegen in de periode 2007-2012 weergegeven. Op 7 van de 32 wegvlakken is een toename van het aantal motorvoertuigen per etmaal waargenomen. Op 25 wegvlakken juist een afname. Sinds 2011 is de totale verkeersintensiteit door fietsen iets afgenomen. Dit wordt echter vooral veroorzaakt door een sterke afnames bij 3 telpunten in Leeuwarden (-23%), Sneek (-14%) en Drachten (-30%). Op een meerderheid van de telpunten (64%) is de fietsintensiteit juist toegenomen.

Figuur 9.1.2. Ontwikkeling fietsverkeer 2011-2013 op diverse telpunten

In de periode 2003 tot en met 2006 is het aantal passerende beroepsvaartuigen toegenomen, waarna tot 2010 een daling is ingezet tot op of onder het niveau van 2003. Sinds 2010 neemt het aantal beroepsvaartuigen weer toe. Lemmer kent toch een afname van 9% ten opzichte van 2003 en Stavoren van 38%. In Lemmer en Gaarkeuken is het jaarlijkse aantal passages in 2013 licht gedaald met 800 in Lemmer (-4,5%) en 200 bij Gaarkeuken (-1,3%). Bij de Tsjerk Hiddes sluis in Harlingen groeide het aantal doorvaarten van de beroepsvaart met 5,7% en bij de Johan Friso sluis in Stavoren met 3%.

Figuur 1.19: Ontwikkeling beroepsvaart bij Prinses Margrietsluis te Lemmer, Sluis bij Gaarkeuken (Groningen), Tjerk Hiddessluizen te Harlingen en de Johan Frisosluis te Stavoren.

Figuur 9.1.3.    Ontwikkeling beroepsvaart bij Prinses Margrietsluis te Lemmer, Sluis bij Gaarkeuken
(Groningen), Tjerk Hiddessluizen te Harlingen en de Johan Frisosluis te Stavoren.

De toekomst van vervoerssystemen en mobiliteit

Het PVVP 2006 ging nog uit van een verwachte groei van het percentage voertuigkilometers in Fryslân tot 48% in 2020. Het autoverkeer in Fryslân is weliswaar over het geheel bezien blijven toenemen, maar minder dan verwacht. Het CBS heeft onlangs bijgestelde groeiprognoses voor Nederland gemaakt die variëren van 15% tot 35% tot 2020, afhankelijk van de economische groei.

Definities en bronnen

  • Verkeersintensiteit = het aantal motorvoertuigen gemiddeld per etmaal op werkdagen
  • Provincie Fryslân, Eigen verkeerstellingen
  • RWS, NIS en IVS90
  • Mobiliteitsmanagement Leeuwarden Vrij-Baan. Monitor 2011-2013, MuConsult, 22-01-2014

Meer grafieken

9.2. Openbaar vervoer

Een goed openbaar vervoersysteem is essentieel om te voldoen aan de behoefte van inwoners en bezoekers van de provincie Fryslân om zich te verplaatsen en kan bijdragen aan het terugdringen van het aantal autokilometers. Om de bereikbaarheid van bestemmingen in onze provincie te waarborgen heeft de provincie gekozen voor een vraaggericht systeem met een differentiatie van openbaar vervoer in drie deelsystemen: het attractief collectief openbaar vervoer (ACOV), het collectief openbaar vervoer (COV) en het individueel vervoer (IOV). Dit uit zich in een sterke hoofdstructuur, waar snelheid, hoge frequentie, betrouwbaarheid, comfort en grote reizigersaantallen belangrijk zijn, met daaronder een lijnennet van collectief en individueel openbaar vervoer dat via knooppunten met elkaar verbonden en met de ACOV-lijnen verbonden is. De aantallen reizigers per bus en trein zijn indicatoren voor hoe het gebruik van het openbaar vervoer zich ontwikkelt.

De staat van het openbaar vervoer

In 2012 was het aantal busreizigers in Fryslân circa 17 miljoen. In 2013 is de meetmethode van een deel van de cijfers gewijzigd waardoor ze niet meer vergelijkbaar zijn en er geen totaal gepresenteerd kan worden. In 2013 zijn in totaal ruim 5,6 miljoen reizigers per bus vervoerd in ZO-Fryslân en op de Waddeneilanden. In Noord- en Zuidwest-Fryslân (streek- en stadsvervoer) zijn geen uitgebreide maandelijkse tellingen gehouden in 2013. Wel blijkt uit de beperkte tellingen die in maart en november door de vervoerder zijn gehouden, dat er bij het stadsvervoer ongeveer evenveel passagiers zijn vervoerd als in dezelfde maanden van 2012. Bij het streekvervoer zijn wat minder reizigers vervoerd.

Figuur 9.2.1. ontwikkeling aantal busreizigers

Bij het treinvervoer hebben veranderende systemen geleid tot een informatiebreuk. Het gebruik per trein wordt anders dan voorheen berekend, namelijk als reizigerskilometers. Per regionale trein zijn in Fryslân in 2013 191 miljoen reizigerskilometers afgelegd door circa 6,7 miljoen treinreizigers. Hierbij is de NS-traject Zwolle-Leeuwarden buiten beschouwing gelaten.

Figuur 9.2.2.       ontwikkeling aantal reizigerskilometers per regionale trein

De ontwikkeling van het openbaar vervoer

Bij de buspassagiers zagen we van 2005 tot 2009 een forse toename van 14,5 miljoen reizigers naar 17,4 miljoen . Daarna heeft het aantal reizigers zich gestabiliseerd op circa 17 miljoen.

Het aantal reizigerskilometers is van 2004 tot 2013 gegroeid van 160 miljoen naar 191 miljoen kilometer. Deze groei is vooral tot 2008 tot stand gekomen. In 2011 werd het hoogste aantal reizigerskilometers gemeten (194,6 miljoen). De ontwikkeling van het aantal reizigers kent een vergelijkbaar verloop als het aantal reizigerskilometers. Sinds 2008 schommelt het aantal treinreizigers wat rond de 6,7 à 6,8 miljoen reizigers. Relatief gezien was de toename onder de treinreizigers sinds 2004 groter dan de busreizigers. Het aantal treinreizigers nam in de periode 2004 tot 2013 met 17% toe terwijl het aantal busreizigers met slechts 10% toenam (er vanuit gaande dat 2013 vergelijkbaar aantal reizigers kende als 2012).

De toekomst van het openbaar vervoer

In 2011 is de Visie Duurzaam openbaar vervoer door de provincie vastgesteld. Ten aanzien van het reguliere openbaar vervoer koerst de Visie op het inzetten daar waar vraag is om zodoende het aantal autokilometers terug te dringen. Verwacht wordt een toename van het aantal passagiers met 1% per jaar te kunnen behalen. Het aantal passagiers kent sinds 2011 echter een daling. Oorzaken liggen vooral in een verslechtering van de financiële positie als gevolg van de economisch ongunstige conjunctuur en de krimp van de Friese bevolking. Ten aanzien van het vervoer in het landelijk gebied wordt gezocht naar slimme combinaties van allerlei vervoersvormen om de mobiliteit in het landelijk gebied te kunnen waarborgen. Ten aanzien van de OV-infrastructuur gaat het in de Visie om de toegevoegde waarde die OV-knooppunten kunnen hebben als multifunctionele voorziening.

Definities en bronnen

  • Reizigerskilometers treinreizigers = Berekening van de reizigerskilometers trein vindt nu plaats aan de hand van geregistreerde reizigerskilometers via de OV-chipkaart en berekening Non OVC kilometers (verkochte papieren kaarten). ‘Meten in de trein’ is vanaf 2011 door de NS  geschrapt.
  • Arriva
  • Provincie Fryslân, Monitoring OV en MIPOV.
  • Provincie Fryslân, Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan.

Meer grafieken

9.3. Verkeersveiligheid

Om de verkeersveiligheid te volgen kon er tot 2009 gebruik gemaakt worden van de verkeersongevallen-registratie BroN (Bestand geRegistreerde ongevallen Nederland). Wegens wijzigingen in deze registratie is er na 2009 geen betrouwbare inzicht meer in slachtoffers bij verkeersongevallen. Wel wordt het aantal dodelijke slachtoffers nog eenduidig en betrouwbaar bijgehouden, omdat daar naast BroN ook doodsoorzakenstatistieken en rechtbankverslagen voor worden gebruikt. De ontwikkeling in aantallen dodelijke slachtoffers is tot en met 2013 in beeld gebracht.

De staat van de verkeersveiligheid

Het aantal ongevallen dat in Fryslân, maar ook landelijk, is tot en met 2009 betrouwbaar in beeld gebracht. Dit aantal lag in Fryslân op ruim 3.000 ongevallen. Daarbij ging het om 28 slachtoffers met dodelijke afloop. Het jaarlijkse aantal dodelijke slachtoffers was 22 in 2013. Hiervan waren er 4 op provinciale wegen. De gevaarlijkste provinciale wegen in Fryslân zijn volgens een onderzoek onder ANWB-leden de N359 tussen Leeuwarden-Bolsward-Lemmer en de N910 tussen Dokkum en Kollum.

In 2009 waren er 320 ernstig verkeersgewonden in een ongeval met een motorvoertuig, tegenover 482 ernstig verkeersgewonden bij ongevallen zonder betrokkenheid van een motorvoertuig. Na 2009 zijn geen gegevens meer beschikbaar met betrekking tot ongevallen en verkeersslachtoffers.

Figuur 9.3.1.   Ontwikkeling aantal dodelijke slachtoffers in het verkeer

Figuur 9.3.1. Ontwikkeling aantal dodelijke slachtoffers in het verkeer

Figuur 9.3.2. Locaties dodelijke verkeersslachtoffers 2006-2013

Figuur 9.3.2. Locaties dodelijke verkeersslachtoffers 2006-2013

De ontwikkeling van de verkeersveiligheid

Over de ontwikkeling van het aantal ongevallen is in recente jaren niks meer te zeggen. In de periode 2000 tot en met 2009 was een geleidelijke daling te zien van 6.000 naar ruim 3.300 ongevallen. Dit ging ook gepaard met een afname van het aantal dodelijke ongevallen van 64 in 2000 naar 22 in 2013. Gemiddeld genomen vallen er jaarlijks zo’n 6 â 7 verkeersdoden bij ongevallen op provinciale wegen.  Het aantal ernstig verkeersgewonden bij ongevallen met een motorvoertuig is afgenomen van 449 in 2000 tot 320 in 2009. Bij ongevallen zonder motorvoertuig vielen in 2000 320 gewonden. Dit aantal is toegenomen tot 482 in 2009.

De toekomst van de verkeersveiligheid

De toekomst qua verkeersveiligheid is onzeker en hangt van verschillende ontwikkelingen af. Hoe ontwikkelt de verkeersintensiteit zich? Krijgt de ontwikkeling van ‘slimme’ auto’s, die de chauffeur kunnen assisteren, een vlucht? En welk effect heeft het groeiende aandeel oudere verkeersdeelnemers op de verkeersveiligheid?

Bronnen

  • Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS), Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON).
  • Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).
  • Dutch Hospital Data, Landelijke Medische Registratie (LMR).

Meer grafieken