10.1. Grondwater

Het grondwater heeft een belangrijke functie voor natuur en landbouw. Voldoende grondwater van voldoende kwaliteit is noodzakelijk voor de landbouwproductie en voor de instandhouding van grondwaterafhankelijke natuur. Tegelijkertijd is het grondwater in Fryslân de enige bron voor drinkwater. Deze verschillende functies en daarmee vaak tegengestelde belangen vragen om een zorgvuldig grondwaterbeheer ter voorkoming van verdrogingsproblemen. Door middel van het instellen van het gewenst peilbeheer (vertaald in watergebiedsplannen), wordt per gebied de afweging gemaakt tussen de verschillende belangen en functies. De grondwaterstanden worden in Noord Nederland met het grondwatermodel MIPWA in kaart gebracht. Daar aan ten grondslag ligt het provinciale primaire grondwatermeetnet, dat mede gebruikt wordt voor het ijken van het model.

De staat van het grondwater

In de landbouw is de waterhuishouding dusdanig dat daar nagenoeg geen structurele problemen optreden met betrekking tot verdroging. In natuurgebieden daarentegen is dit wel een belangrijk knelpunt, en komt voor als het grondwaterstandverloop of de grondwaterkwaliteit onvoldoende is voor de beoogde natuurdoelen. Ongeveer 40% van de circa 30.000 hectare natuurgebied binnen de Ecologische Hoofdstructuur kampt met verdroging. Verdroging kan meerdere oorzaken hebben die gelijktijdig op kunnen treden. Te lage grondwaterstanden in natuurgebieden, te lage polderpeilen rondom de natuurgebieden, inlaat van gebiedsvreemd water in de natuurgebieden en een te grote invloed van regenwater. Grondwateronttrekkingen ten behoeve van drinkwaterwinning kunnen plaatselijk een negatieve invloed hebben op de waterhuishouding. Grondwaterwinning voor drinkwater vindt in Fryslân plaats op zeven locaties op de vaste wal en vijf op de Waddeneilanden, met een totale vergunningscapaciteit van circa 65 miljoen m³.

Figuur 10.1.1.      Toplijst verdrogingsgebieden

De ontwikkeling van het grondwater

Verdrogingsbestrijding in natuurgebieden heeft de laatste jaren veel aandacht gekregen. Daarbij hebben de in de provincie gelegen Natura2000-gebieden, vanwege Europese verplichtingen, prioriteit. Anti-verdrogingsprojecten worden in Fryslân ‘werkende weg’ aangepakt, dat wil zeggen dat maatregelen in en rond verdroogde natuurgebieden genomen worden als de kans zich daartoe voordoet (bijvoorbeeld, landinrichting en mogelijkheid van aankoop van cruciale gronden). Daarnaast is er een selectie van gebieden gemaakt die de grootste prioriteit hebben om aangepakt te worden, in het programma ‘Toplijst verdroging’ (zie figuur 10.1.1.). Hierin zijn de belangrijkste Friese natuurgebieden met verdrogingsproblemen in vier klassen verdeeld met oplopende prioriteit voor aanpak:

  • Klasse 1 gebieden zijn Natura2000- gebieden die in een landinrichting liggen, en dus relatief makkelijk kunnen worden aangepakt (ca. 4.000 ha).
  • Klasse 2 gebieden liggen wel in een landinrichting maar niet in een Natura2000-gebied.
  • Klasse 3 juist wel in een Natura2000-gebied, maar niet in een landinrichting.
  • Klasse 4 betreft de overige verdroogde gebieden.

Voor de winning van drinkwater lijkt de totaal vergunde capaciteit ruim voldoende, maar toch is er sprake van een tekort. Belangrijk knelpunt is de verzilting in de wingebieden Noardburgum en Garyp, waardoor de vergunde capaciteit niet gewonnen kan worden. Daarbij is de laatste dertig jaar de vraag naar drinkwater in Fryslân gestegen, met ongeveer 0,6 procent per jaar.

Figuur 10.1.2. Grondwateronttrekkingslocaties

De toekomst van het grondwater

Voor de toekomstige aanpak van verdroging in natuurgebieden met grondwaterafhankelijke instandhoudingsdoelen blijft gewerkt worden met het programma ‘Toplijst verdrogingsgebieden’ en ‘werkende weg’. Er wordt een nieuwe prioriteringslijst gemaakt voor de periode tot 2021. Voor het tegengaan van verdroging in natuurgebieden is het completeren van de EHS van cruciaal belang. Met afgeronde gebieden kan de waterhuishouding daarbinnen beter geregeld worden en invloed van te lage peilen buiten de natuurgebieden beter worden tegengegaan. Grondwateronttrekkingen voor drinkwater zorgen in meer of mindere mate voor verdroging, niet alleen voor de natuur maar ook voor de landbouw. Enkele winningen liggen in of nabij Natura2000-gebieden, die daar negatief door kunnen worden beïnvloed. De keuze van de locatie en de inrichting van eventuele nieuwe winningen of uitbreiding van bestaande voor drinkwater zal zodanig gebeuren dat er geen significante effecten voor de Natura 2000-gebieden optreden.

Bronnen

  • Stroomgebiedbeheerplan Rijn-Delta 2009-2015, Ministeries V & W, VROM en LNV.
  • Kaderrichtlijnwater
  • Waterhuishoudingsplan Fryslân 2010-2015, Provincie Fryslân.
  • Integrale watersysteemrapportage 2012, Provincie Fryslân.
  • Drinkwater in Fryslân 2013, Provincie Fryslân.

10.2. Oppervlaktewater

Bij het oppervlaktewater is vooral de waterkwaliteit van belang. De emissies van zware metalen, vermestende stoffen, bestrijdingsmiddelen en de aanwezigheid van bacteriën in oppervlaktewater, kunnen de waterkwaliteit bedreigen. Het beleid voor de beoordeling van de kwaliteit van het oppervlaktewater is vastgelegd in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW beschouwt zogenaamde “waterlichamen”. Dit betreft  min of meer zelfstandige omvangrijke watermassa’s, zoals een meer, rivier of kanaal. Nederland kent 720 waterlichamen, waarvan er 24 volledig en 3 deels in Fryslân liggen.  De KRW richt zich op de ecologische en de chemische toestand van het oppervlaktewater. Een geheel andere benadering van de waterkwaliteit is de kwaliteit van het zwemwater.

De staat van het oppervlaktewater

De ecologische toestand van het oppervlaktewater wordt gebaseerd op vier biologische componenten: fytoplankton (algen), waterplanten, macrofauna en vissen. , en aan de ecologisch ondersteunende parameters stikstof, fosfaat, zuurstofgehalte, temperatuur, door- zicht, chloride gehalte en zuurgraad (pH). Landelijk voldoen slechts 3 van de 720 waterlichamen aan de KRW-eisen van ecologische kwaliteit (2012). In Fryslân heeft geen enkel waterlichaam een goede ecologische toestand. Van de 27 Friese waterlichamen krijgt 37% het eindoordeel slecht, 44% ontoereikend en 18% matig. De oppervlaktewateren blijken meestal niet te voldoen aan de eisen met betrekking tot de biologische componenten macrofauna, vissen, waterplanten (overige waterflora) en in mindere mate algen. Van de ondersteunende parameters blijkt vooral ‘het doorzicht’ niet te voldoen aan de eisen. De parameters zuurstof, temperatuur en zoutgehalte blijken het vaakst te voldoen.

Figuur 10.2.1. Ecologische toestand van het oppervlaktewater periode 2010-2015

De chemische toestand van de oppervlaktewateren is pas vanaf 2010 volgens de KRW-voorschriften gemeten. Een aantal metalen zoals koper en zink kwamen toen als overschrijding naar voren. Echter de normstelling stond ter discussie, inmiddels is er in een tweede lijns-beoordeling gecorrigeerd voor de bio-beschikbaarheid. In 2014 worden op basis van de nieuwe beoordeling overschrijdingen geconstateerd in met name het ammoniakgehalte van de Friese oppervlaktewateren (bij 55% van de 27 oppervlaktewateren). Landelijk zijn geen cijfers bekend conform de nieuwe beoordelingsmethode.

In het beheergebied van Wetterskip Fryslân zijn in 2014 51 zwemlocaties opgenomen. Op de zwemwater informatie borden is de klasse ‘uitstekend’, ‘goed’, ‘aanvaardbaar’ of ‘slecht’ vermeld. Het gaat daarbij om een gemiddelde meting over vier jaar. Van de zwemlocaties is 47% beoordeeld als uitstekend, 33% als goed, 12% als aanvaardbaar en 6% als slecht. Van één zwemlocatie is geen klasseindeling bekend omdat deze niet bemonsterd is.

Voor 2014 zijn er nog geen cijfers bekend over het aantal zwemverboden, negatieve zwemadviezen en waarschuwingen. In 2013 zijn er met betrekking tot blauwalg vier negatieve zwemadviezen en 16 waarschuwingen afgegeven. Met betrekking tot de overige bacteriële overschrijdingen zijn in dat jaar één negatief zwemadvies en één waarschuwing afgegeven. Nieuw was in 2013 het afgeven van een waarschuwing in verband met een onveilige situatie. Op één zwemlocatie waren namelijk onvoldoende veiligheidsmaatregelen genomen.

Figuur 10.2.2. Zwemwaterkwaliteit op 51 zwemlocaties (gemiddelde meting periode 2010-2014)

De ontwikkeling van de kwaliteit van het oppervlaktewater

In Nederland en Fryslân is de kwaliteit van het oppervlaktewater de afgelopen decennia aanzienlijk verbeterd. Maar de laatste jaren stagneert de verbetering waardoor veel van de ecologische doelstellingen nog buiten bereik liggen. De ecologische toestand van de Friese waterlichamen blijkt tussen 2006-2010 en 2010-2015 voor één van de vier biologische componenten (algen) verbeterd. De component ‘vissen’ laat een achteruitgang zien. De componenten waterplanten en macrofauna bleven nagenoeg op hetzelfde peil. Het aantal waterlichamen met de beoordeling ‘slecht’ steeg in de tussen 2006-2010 en 2010-2015 van zeven naar tien. De ondersteunende parameters laten over het geheel genomen een vooruitgang zien.

Omdat de chemische toestand van het oppervlaktewater pas met ingang van 2010 wordt gemeten aan de hand van de KRW voorschriften, is over de ontwikkeling van de chemische toestand niks te zeggen. Onderzoek naar de toestand van het zwemwater vindt plaats sinds 1980. Door wijzigingen in de meetmethoden en normen is de huidige toestand pas vergelijkbaar vanaf het jaar 2009. In de periode 2009-2013 zien we dat het aantal zwemlocaties in het beheergebied van Wetterskip Fryslân toeneemt van 47 in 2009 naar 51 in 2013. Met betrekking tot blauwalg zien we dat er sinds 2011 geen zwemverboden meer zijn afgegeven, wel is er een stijging te zien in het aantal negatieve zwemadviezen van 0 in 2009 tot 4 in 2013. Het aantal waarschuwingen met betrekking tot blauwalg nam vanaf 2009 toe maar is in 2013 gedaald ten opzicht van 2012.

Met betrekking tot de bacteriële overschrijdingen blijven de negatieve zwemadviezen in 2013 gelijk ten opzicht van voorgaande jaren. Het aantal waarschuwingen is afgenomen.

De toekomst van het oppervlaktewater

Belangrijk aandachtspunt voor de toekomst betreft de opwarming van het opper- vlaktewater als gevolg van klimaatverandering. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de ecologische toestand van het oppervlaktewater. In warmere omstandigheden groeien organismen, zoals bacteriën en blauwalgen sneller en komen voedings- stoffen sneller beschikbaar. Dit kan ook negatieve gevolgen hebben voor de zwem- waterkwaliteit. Desondanks wordt verwacht dat in 2015, als de waterbeheerder de voorgenomen KRW maatregelen heeft uitgevoerd, de (ecologische) waterkwaliteit verder verbetert.

Definities en bronnen

  • Provincie Fryslân/ FUMO. Rapportage wet hygiëne en veiligheid – badinrichtingen en zwemgelegenheden 2013.
  • Status, toestand, waterkwaliteitsdoelen en maatregelen KRW-waterlichamen Friese binnenwateren, juli 2014.

10.3. Waterveiligheid

Fryslân ligt laag en voor een groot deel onder zeeniveau.  Dijken, kunstwerken en duinen (de zogenaamde primaire waterkeringen) beschermen ons tegen overstroming vanuit het IJsselmeer, de Waddenzee en de Noordzee. Daarnaast zijn er boezemkaden (of regionale waterkeringen) die ons beschermen tegen natte voeten vanuit de Friese boezem. Het provinciale beleid is er op gericht om Fryslân nu en in de toekomst goed te beschermen tegen overstroming en wateroverlast. Klimaatverandering zorgt voor een stijgende zeespiegel en meer extreme neerslag. Ook de bodem daalt. Dit zorgt ervoor dat werken aan waterveiligheid nooit klaar zijn. Daarom staat waterveiligheid  blijvend stevig op de provinciale beleidsagenda.

De staat van de waterveiligheid

In de Waterwet is voorgeschreven dat de dijken, duinen en kunstwerken elke 12 jaar beoordeeld worden op veiligheid. De derde toetsing op veiligheid (peildatum 15 januari 2011) geeft het volgende beeld voor de primaire waterkeringen op de vaste wal van Fryslân: 52% voldoet aan de normen, 46% voldoet niet en voor 2% is nog nader onderzoek nodig (figuur 10.3.1.). Op de eilanden voldoet 73% aan de normen, voor 26% niet en voor 1% is nader onderzoek nodig. De boezemkaden zijn in 2014 door Wetterskip Fryslân beoordeeld op hoogte. Van de 3.234 kilometer aan regionale boezemkaden voldoet 82,8% aan de norm voor hoogte.

 

Figuur 10.3.1. Veiligheid primaire waterkeringen en kunstwerken (januari 2011)

Figuur 10.3.1. Veiligheid primaire waterkeringen en kunstwerken (januari 2011)

Op de landelijke risicokaart is te zien wat de gevolgen van een overstroming kunnen zijn. In figuur 10.3.2. is te zien wat de ingeschatte maximale waterdiepte van een overstroming bij een doorbraak van de primaire waterkeringen. De kans dat dit gebeurt is klein.  Figuur 10.3.3. laat de maximale waterdiepte zien bij een doorbraak van de boezemkaden. De kans hierop wordt als middelgroot beschouwd. Duidelijk te zien is dat de lage delen van Fryslân  in het noorden en het midden,  het zwaarst  getroffen worden.  De waterdiepte kan daar in enkele gebiedsdelen  meer dan drie meter bedragen. Overigens dient bedacht te worden dat de kans dat de waterdieptes overal volgens de kaartbeelden zullen ontstaan zeer klein is. Waterkeringen zullen niet snel gelijktijdig op meerdere locaties doorbreken. Als er dus overstromingen gaan optreden, dan zullen deze beperkt blijven tot enkele plekken.

 

Figuur 10.3.2.Effect overstroming bij doorbraak primaire waterkeringen (kleine kans)

Figuur 10.3.2. Effect overstroming bij doorbraak primaire waterkeringen (kleine kans)

Figuur 10.3.3.Effect overstroming bij doorbraak boezemkaden (middelgrote kans)

Figuur 10.3.3. Effect overstroming bij doorbraak boezemkaden (middelgrote kans)

De ontwikkeling van de waterveiligheid

Niet alle waterkeringen in Fryslân (en in Nederland) voldoen aan de normen. Daarom wordt er doorlopend gewerkt aan verbeteringen. In het landelijke hoogwaterbeschermingsprogramma wordt door het Rijk en de waterschappen gewerkt aan het verbeteren van de primaire waterkeringen. In Fryslân is en wordt de komende jaren gewerkt aan verbetering van delen van de Waddenzeedijk van de Friese kust, delen van de IJsselmeerdijk  en de Waddenzeedijk op Ameland. Voor de veiligheid van de boezemkaden is Wetterskip Fryslân in 2000 gestart  met het uitvoeren van het Herstelprogramma Oevers en Kaden. Boezemkaden met het grootste veiligheidstekort worden  het eerst aangepakt. Al vele honderden kilometers zijn verbeterd. Het programma zal uiterlijk in 2027 klaar zijn. Op dit moment staat de verbetering van nog 343 kilometer boezemkaden gepland. Met de uitvoering van deze werken aan waterkeringen wordt de veiligheid in Fryslân vergroot.

De toekomst van de waterveiligheid

Fryslân is goed beschermd tegen overstromingen. De kans op een overstroming is klein en neemt door het nemen van maatregelen nog altijd af. De ontwikkeling van de veiligheidssituatie is ook afhankelijk van de mate waarin  het maatgevend boezempeil  en de zeespiegel stijgen. Ook de toestand van de waterkeringen die het water moeten keren is van belang. De boezemwaterstanden zullen in principe niet stijgen; Wetterskip Fryslân treft in het boezemsysteem maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering te compenseren. De wetenschappelijke prognoses geven aan dat in de toekomst blijvend rekening gehouden moet worden  met een stijging van de zeespiegel. Daarnaast moeten we in Fryslân rekening houden met bodemdaling, zowel langs de kust maar ook in het veenweidegebied.

In het nationale Deltaprogramma is de afgelopen jaren gekeken naar de benodigde maatregelen om tot 2050 Nederland veilig te houden. Ook is daar gekeken naar eisen die aan de waterkeringen gesteld moeten worden. In 2017 worden nieuwe normen voor de primaire waterkeringen opnieuw vastgelegd en in 2021 zal daaraan zijn getoetst. De boezemkaden zullen uiterlijk eind 2015 ook op stabiliteit worden getoetst. Voor beide toetsingen is de verwachting dat er geen grote nieuwe opgaven ontstaan in Fryslân. Het zwaartepunt ligt daarom op het werken aan de bekende opgaven en is van belang om de waterkeringen goed te blijven beheren en te onderhouden.

Bronnen

  • Wetterskip Fryslân, Integrale watersysteemrapportage 2012.
  • Provincie Fryslân, Waterhuishoudingsplan Fryslân 2010-2015-wiis mei wetter.
  • Friesland leeft met water
  • Planbureau voor de Leefomgeving, Compendium voor de Leefomgeving.
  • Provincie Fryslân/ FUMO – Rapportage wet hygiëne en veiligheid – badinrichtingen en zwemgelegenheden 2013.
  • Status, toestand, waterkwaliteitsdoelen en maatregelen KRW-waterlichamen Friese binnenwateren, juli 2014.
  • Risicokaart
  • Nationaal Deltaprogramma