Toenemend belang EU, maar minder subsidies

Door mondiale economische krachten wordt Europa als politiek-bestuurlijk zwaartepunt belangrijker. Binnen deze ‘grensontkennende’ ontwikkeling vinden overheden, netwerken, bedrijven en (kennis)instellingen elkaar over grenzen heen voor onderlinge versterking en aanvulling. Regio’s zijn de drijvende kracht achter deze ontwikkeling. Zo ontstaat het ‘Europa van de regio’s.’ Decentrale overheden zijn de belangrijkste uitvoerders van Europese regelgeving. Voor decentrale overheden wordt het belang van de EU groter. Dat kan consequenties hebben voor de positionering van decentrale overheden in Europa. Op steeds meer terreinen (water, natuur, landbouw, milieu, regionale economie) raakt Europa de uitvoering van provinciaal beleid. Tegelijkertijd is er sprake van groeiende scepsis over de wenselijkheid hiervan.

In de programmaperiode 2007-2014 werd het EU-beleid bepaald door de Lissabon- en Göteborgdoelstellingen: Europa moet de meest competitieve en meest duurzame kenniseconomie ter wereld worden. Voor de periode 2014-2020 geldt een verdere uitwerking van die doelstellingen: het gaat nu om innovatieve, duurzame en inclusieve groei. Daarnaast staat het opbouwen van internationale netwerken (grensoverschrijdende samenwerking) traditioneel centraal in het EU-beleid.

In de periode tot circa 2020 spelen in Europees verband de volgende belangrijke ontwikkelingen:

  • Uitdunning van Europese regelgeving: de Europese Commissie heeft een lijst opgesteld van Europese regels die geschrapt kunnen gaan worden. In hoeverre dit daadwerkelijk tot vermindering zal leiden is door weerstand in onder andere het Europees parlement, bij lidstaten en diverse groeperingen nog ongewis.
  • Minder subsidies, meer risicodragende financiering: de EU verschuift in haar ondersteuningsbeleid de nadruk van subsidies naar financieringsinstrumenten als kredieten die moeten worden terugbetaald. Dit geldt zowel voor bedrijven als overheden. Bovendien krijgen diverse subsidieregelingen (fondsen) te maken met strengere regels en lagere budgetten, waaronder voor Fryslân relevante regelingen als Leader, POP en EVF.
  • Per 1 april 2015 worden de Europese melkquota afgeschaft

Betekenis voor Fryslân

Minder regeldruk en nieuwe eisen door revolverendheid

Als de afname van Europese regellast daadwerkelijk doorzet, kan dat voor de provincie de betrokkenheid bij Europese fondsen vereenvoudigen. Daarmee kan ook de provinciale regellast en die van partijen waarmee ‘we zaken doen’ verminderen. De toenemende nadruk van Europa op revolverende fondsen betekent aanpassing aan de andere vereisten die in vergelijking met subsidies gesteld worden.

Minder Europees geld

Uit de diverse Europese fondsen zal de komende jaren naar verwachting minder geld naar Fryslân komen dan in de afgelopen periode. Een bijkomend probleem is dat de partijen in Fryslân zelf over het algemeen steeds meer moeite hebben het geld voor cofinanciering van de gelden die wel komen te leveren. Als dat doorzet zullen ook de resterende gelden wellicht nog niet naar Fryslân komen. Als er minder geld ter beschikking gesteld gesteld dan voorheen voor bijvoorbeeld de Leader-gebieden in Fryslân, dreigen dergelijke gelden verloren te gaan door het ontbreken van zowel provinciale als gemeentelijke cofinanciering.

Gevolgen afschaffing melkquota

De afschaffing van de melkquota zal naar verwachting leiden tot meer schaalvergroting in de landbouw. Onder meer door die schaalvergroting zal tussen nu en 2030 veel agrarische bebouwing vrij komen (naar verwachting bijvoorbeeld meer dan 300.000 m2  in Zuidwest-Fryslân alleen). Als deze bebouwing niet wordt hergebruikt voor gelijksoortige of andere economische activiteiten, zal leegstand kunnen ontstaan. Veel voormalige agrariërs die niet over kunnen gaan tot schaalvergroting zullen gezien de hoge kosten zelf niet snel overgaan tot sloop van leegstaande panden. Het voortbestaan van leegstaande agrarische panden met eventuele vervallen niet meer bewoonde woningen is van invloed op het karakter van het Friese landelijk gebied. Ook het ontstaan van nieuwe grotere agrarische bebouwing en bedrijfsvoering (kavelgroottes) kan van invloed zijn op de aantrekkelijkheid van Fryslân als toeristisch gebied.

Met het vervallen van de melkquotering ontstaan ook kansen voor groei van de melkveehouderij en andere bedrijvigheid in de zuivelketen, van oudsher sterk aanwezig in Fryslân. De primaire en de toeleverende en verwerkende bedrijven bereiden zich voor op de verwachte groei en investeren op dit moment fors.  Dat is van betekenis voor de economie en werkgelegenheid, bijvoorbeeld de Dairy Campus en de Dairy Chain. Ook is de groei van betekenis voor de effecten op de melkprijs, mogelijke daling van die melkprijs en bijkomende dynamisering van bedrijven (faillissementen, noodzakelijke schaalvergrotingen), de groei van de meststroom en een verantwoorde verwerking daarvan en de kwaliteit van natuur, landschap en milieu.

Deze trend heeft relatie met:

6.4. Landbouw

Lees meer

1.5. Herkenbaar en samenwerkend bestuur

Lees meer

3.3. Schoon water

Lees meer

5.3. Landbouwbeleid

Lees meer