Vergrijzing, ontgroening en individualisering

De leeftijdsopbouw van de Nederlandse bevolking is sterk aan het veranderen. Naar verwachting is al in 2019 een op de twee volwassen Nederlanders ouder dan vijftig jaar, ten opzichte van 39% nu. In 2025 zal 22% van de Nederlandse bevolking ouder zijn dan 65 jaar, tegen 17% nu. Het begrip vergrijzing en ouderdom zal, omdat mensen meer gezonde jaren hebben en het aantal en aandeel ouderen in de bevolking fors toeneemt, worden geherdefinieerd. In veel ontwikkelde economieën is 55 jaar nu al de nieuwe middelbare leeftijd. Terwijl het aantal ouderen fors toeneemt, neemt het aantal geboortes/kinderen in de meeste regio’s geleidelijk aan af. Hoewel het geboortecijfer zo door de decennia heen wel golfbewegingen kent, zien we wel een structurele daling. Er is sprake van ontgroening . De vergrijzing en ontgroening kennen hun oorsprong in de forse geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog. Deze zogenaamde babyboom-generatie is fors in aantal en bereikt nu geleidelijk de 65+ status. Zij zelf (in de jaren ’70/’80) en hun nageslacht (begin deze eeuw) hebben tijdelijk gezorgd voor hogere geboortecijfers, maar aangezien het effect steeds verder afzwakt en uitvlakt zal het aantal geboortes niet extreem meer gaan toenemen (eerder stabiliseren). Wel is met name in de schoolgaande leeftijd (4 t/m 18 jaar) in de komende 10 jaar nog een flinke afname te verwachten.

De demografische veranderingen hebben ook betrekking op de huishoudensontwikkeling. Er is sprake van een proces van individualisering (of ook wel gezinsverdunning). De vergrijzing en ontgroening zorgen er op zich al voor dat de huishoudens gemiddeld steeds ouder worden en daardoor ook kleiner van omvang (na de gezinsfase verlaten de kinderen het ouderlijk huis en op enig moment zal één van beide partners komen te overlijden). Daarnaast zien we echter ook een trend dat mensen minder vaak langdurige relaties aangaan en/of in stand houden en daardoor überhaupt niet aan gezinsvorming toekomen. Dit zorgt over een langere periode voor relatief meer alleenstaande huishoudens.

Betekenis voor Fryslân

Meer Friese 50-plussers

Op dit moment is Fryslân met 19% 65-plussers al een van de meest vergrijsde provincies van Nederland. In 2018 zal in de meerderheid van de Friese gemeenten meer dan 50% van de volwassen Friezen 50 jaar of ouder zijn. Vergrijzing gaat gepaard met regionale bevolkingsdaling. Ouderen zijn vaak minder mobiel en hebben relatief meer hulp nodig. Het relatief hoge aantal 50- plussers zal op een breed vlak van invloed zijn op provinciale activiteiten. 50-plussers hebben vaak andere culturele, toeristisch-recreatieve voorkeuren, vervoers- en woningbehoeften dan 50-minners.

image2

Voor de jaren na 2018 hangt het aantal 4 – 12 jarigen ook af van hoeveel kinderen de komende jaren geboren worden en is de prognose dus minder zeker.

Zorgbehoefte stijgt

Door de toenemende vergrijzing zal de behoefte aan zorg toenemen. In 2010 betaalde een modaal gezin in Nederland 23% van zijn inkomen aan collectief gefinancierde zorg. Als het financieringsmodel voor zorg ongewijzigd blijft, is dat 36% in 2040. Zorg wordt daarmee een steeds belangrijker deel van de economie, ook in Fryslân. Door een groeiend aantal 65 plussers en een afnemend aandeel 20 – 65 jarigen moet een kleinere groep werkenden die toenemende zorgkosten gaan dragen.

Vergrijzing beïnvloedt innovatiebehoefte

De zorg aan ouderen kan niet op dezelfde wijze plaatsvinden als nu. Hiervoor is onvoldoende menskracht beschikbaar. Bovendien is voortzetting van zorg op dezelfde manier te kostbaar en wordt de zorgvraag complexer. Op het gebied van zorg en gezond ouder worden zijn innovaties nodig. Dit wordt ook nu reeds onderkend. Daarvoor is onder andere het Healthy Ageing Network Noord-Nederland (HANNN) opgericht. Daarnaast is er Springboard, een cluster dat projecten ontwikkelt en worden er living labs gecreëerd. Op 23 september  stelde PS het Utfieringsprogramma Soarchekonomy 2014 – 2020 vast.

Gevolgen voor de arbeidsmarkt

Vergeleken met jongeren is de dynamiek van in en uitstroom bij ouderen laag. Ouderen worden minder snel niet-werkend, maar als ze eenmaal werkloos zijn, komen ze relatief minder gemakkelijk weer aan het werk. Als het aantal ouderen in de provincie toeneemt, kan dit voor de verdere ontwikkeling van de Friese arbeidsmarkt van betekenis zijn. Door een toename van het aantal ouderen met pensioengerechtigde leeftijd en een daling van nieuwe toestroom van jongeren zal het aanwezige arbeidspotentieel mogelijk verkleinen.

Gevolgen voor de woningmarkt

De veranderende samenstelling van de bevolking zal in Fryslân kunnen leiden tot meer leegstand, herbestemming, herstructurering en sloop. De geringe verhuismobiliteit van het stijgende aantal ouderen heeft invloed op de doorstroming op de woningmarkt. Na 2020, als het eerste babyboomcohort 75 jaar wordt, komen de woningen die deze generatie bewoont geleidelijk door sterfte vrij. Veel particuliere woningen komen daardoor leeg te staan. Er zal in diverse regio’s dan ook sprake kunnen zijn van een sloopopgave. Onduidelijk is wie hier verantwoordelijk voor is en wie hierbij het voortouw zal nemen.

Door de vergrijzing en de toename van kleinere huishoudens verandert het gevraagde type woningen. Er zal meer behoefte ontstaan aan levensloopbestendig en aangepaste woningen. De vraag komt op of er nog wel juiste (bestaande) woningen beschikbaar zijn. Als ouderen door de ontwikkelingen in de zorgwetgeving steeds meer thuis blijven wonen, of in ‘kangoeroewoningen’ bij hun kinderen, kan dit van invloed zijn op de woningvoorraad in de Friese steden en op het platteland.

Meer en andere toeristen

Vooral oudere, rijke, gezonde mensen gaan vaker op reis, de zogenaamde ‘ whoppers’ (wealthy-healthyolderpeople, ofwel de ‘reislustige senior’). Ze zoeken rust en ontspanning in een comfortabele omgeving. Toeristische locaties buiten de bekende centra zullen voor deze groep steeds aantrekkelijker worden. Deze doelgroep wenst luxe, comfort en kwaliteit. Het grote voordeel van deze doelgroep is dat zij eerder in het voor- en naseizoen op vakantie gaan, met als gevolg seizoensverbreding. Dit zal van invloed kunnen zijn op de Friese ontwikkeling van toerisme en recreatie en daarmee ook op de werkgelegenheid in Fryslân.

Gevolgen voor mobiliteit en ov

Een toenemende vergrijzing heeft gevolgen voor mobiliteit. Er kan sprake zijn van een toename van automobiliteit , fietsers, en van voetgangers. Een groter deel van de gemaakte  verplaatsingen en afgelegde  kilometers zal voor rekening van ouderen komen. Doordat ouderen een trager reactievermogen hebben kan dit leiden tot een toename van het aantal verkeersslachtoffers. De infrastructuur zal daarom meer worden aangepast op gebruik door ouderen. De “actieve mobiliteit” (fietsen en lopen) zal voor de categorie 55-75 jarigen belangrijker worden. Ook dit kan consequenties hebben voor de verkeersveiligheid.

Op dit moment bestaat de grootste groep OV-gebruikers uit scholieren. Deze groep is daarmee, afgezien van de subsidie, verantwoordelijk voor het grootste deel van de OV inkomsten. Afname van deze groep zal leiden tot minder inkomsten, wat uiteindelijk zal kunnen leiden tot een lager voorzieningenniveau.

Minder basisscholen

In Fryslân zal door de ontgroening het aantal leerlingen dat basisonderwijs volgt tussen 2010 en 2020 met circa 13% dalen. Naar verwachting zullen door afname van het aantal leerlingen de komende jaren circa 60 Friese basisscholen (van 458 in 2013) sluiten. Er zullen meer fusies van scholen plaatsvinden. Binnen samenwerkingsscholen kunnen nieuwe onderwijsconcepten ontstaan en integrale kindcentra eenvoudiger gerealiseerd worden. Door minder scholen kunnen er op het platteland mogelijk minder keuzemogelijkheden en meer verkeer ontstaan. De verbondenheid tussen school en vestigingsplaats zal kunnen afnemen. Met het verdwijnen van een basisschool hoeft de leefbaarheid overigens niet minder te worden, omdat leefbaarheid volgens onderzoek niet gebonden is aan de aanwezigheid van een school. Onduidelijk is in hoeverre de afname van het aantal basisscholen van invloed zal zijn op de kansen om drietalige scholen te realiseren en/of in stand te houden.

Deze trend heeft relatie met:

1.1. Bevolking

Lees meer

2.5. Basisonderwijs

Lees meer

2.7. Hoger onderwijs

Lees meer

3.8. Recreatie en toerisme

Lees meer

7.3. Wonen

Lees meer

8.2. Werkloosheid

Lees meer

8.3. Inkomen

Lees meer

2. Verkeer en vervoer

Lees meer

2.1. Planvorming en programmering, bestuurlijke samenwerking

Lees meer

2.2. Verbetering infrastructuur

Lees meer

2.3. Instandhouding infrastructuur

Lees meer

2.4. Openbaar vervoer

Lees meer

2.5. Verkeerseducatie en mobiliteitsbeïnvloeding

Lees meer

6.1. Bedrijvigheid

Lees meer

6.2. Toerisme en recreatie

Lees meer

9.1. Planvorming, onderzoek en monitoring

Lees meer

9.2. Realiseren ruimtelijke ontwikkelingen

Lees meer

9.3. Wonen

Lees meer