Samenleving van netwerken zet door

In 1995 poneerde Manuel Castells het begrip  ‘netwerksamenleving’. De term stond voor de overgang van een centrale en hiërarchische organisatie van de samenleving naar een schijnbaar chaotisch georganiseerde samenleving gebaseerd op netwerken, en was volgens hem  is al decennia aan de gang. Er ontstaat een nieuwe balans tussen overheid, maatschappelijk middenveld en de private sector, gekenmerkt door meer en nieuwe netwerken. Dit gaat gepaard met privatisering, deregulering en verschuiving van verantwoordelijkheden.

Ondertussen krimpt het maatschappelijk middenveld. Individuen verbinden zich op andere, dynamische manieren. Er is sprake van meer informele, tijdelijke en horizontale relaties rond single issues, door individualisering en ontzuiling. In de ‘doe-democratie’ is geen sprake meer van burgerparticipatie, maar van overheidsparticipatie. Burgers zullen zaken anders doen of niet meer doen en zich zelf tegen het overheidsbeleid kunnen verzetten. Het zal leiden tot een grotere variëteit: bijvoorbeeld dorpen die hun kleine schooltje wel behouden met private gelden of vrijwilligersinspanningen.

Het democratisch bestel van Thorbecke blijkt zich hierbij steeds vaker moeizaam te verhouden tot de horizontale netwerksamenleving.  Er is geen machtscentrum meer waaruit het verkeer geregeld wordt. De opkomst van netwerk en informatiesamenleving heeft mensen mondiger en zelfstandiger gemaakt. Er is sprake van empowerment van mensen in de rol als burger, consument en werknemer. De klassieke verzorgingsstaat is hierbij aan het overgaan naar een participatiemaatschappij. Niet de overheid staat meer aan het stuur, het wordt steeds meer een samenspel van burgers, bedrijven, professionals en overheden. Met verschillende vormen van burgerparticipatie is er sprake van een doe-democratie. Er is hierbij sprake van een terugtrekkende overheid en aanzienlijk minder beschikbare financiële middelen.

Instituten moeten het opnemen tegen (zelfbenoemde) experts op het internet. Individualisering gaat hierbij gepaard met informalisering: mensen accepteren minder vanzelfsprekend het gezag van personen en instituties. Het gezag van overheid is niet langer meer vanzelfsprekend. Dit proces wordt aangewakkerd door de democratisering van kennis. Kennis circuleert snel en is toegankelijk voor brede groepen van de bevolking. Hoe je autoriteit verwerft en gebruikt gaat dan ook veranderen. Samenwerking wordt steeds belangrijker.

De dynamiek van de netwerksamenleving kan vragen om een interactieve en participatieve rol van de provincie waarbij maatschappelijke opgaven leidend zijn.

De nieuwe mens zoekt een overheid die niet regisseert, maar faciliteert en durft aan te haken bij de kracht van verbonden individuen. De overheid herdefinieert de eigen rol: de hoofdlijnen neerleggen en bewaken op terreinen als veiligheid, infrastructuur, water en energie. Organiseren op het niveau waar het zich voordoet, blijkt een pragmatisch uitgangspunt. Persoonlijke expertise koppelen binnen alliantie van gelijkgestemde: connectiviteit bepaalt slagkracht en wendbaarheid én dus succes. De opdracht voor de toekomst is continue reflectie op de reikwijdte van de eigen kracht (TRENDREDE 2014).

Betekenis voor Fryslân

Meer initiatieven mienskip

De provincie zal steeds meer te maken krijgen met initiatieven vanuit de Friese mienskip zoals Holwerd aan Zee, ECOmunitypark Oosterwolde, of het Bidbook KH2018. Burgers nemen zelf het voortouw. en op tal van beleidsvelden en taken. Dit werkt bijvoorbeeld ook door bij de natuurbescherming. Er zal steeds meer sprake zijn van de natuur versterken met de samenleving. Mensen en organisaties beheren hierbij natuur vaker zelf. Voor het beschermen van de natuur met de samenleving stelt het kabinet vanaf 2015 anderhalf miljoen beschikbaar, oplopend tot 10 miljoen euro per jaar over vier jaar. Grote delen van het natuurbeleid zijn aan provincies overgedragen en er is het voornemen om agrarisch natuurbeheer in handen te geven van gebiedscollectieven. Echter een optelsom van individuele acties uit de mienskip levert niet automatisch ruimtelijke kwaliteit op, wat de vraag naar al dan niet een overheidsrol daarbij stelt.  In de participatiemaatschappij waarin meer van onderop komt, dient de overheid een visie te hebben op de toekomst: wat gaan we doen en vooral wat niet?

Collectieve voorzieningen verdwijnen

De Nederlandse overheid probeert middels decentralisatie steeds meer verantwoordelijkheden neer te leggen bij de burgers. Als er steeds meer gevraagd wordt dat de maatschappij het zelf doet, is het de vraag in hoeverre dit met de toenemende vergrijzing in Fryslân echt uitvoerbaar is. Onze provincie kent in Nederland nu al het hoogste percentage vrijwilligers. Het risico is dat er uiteindelijk maar een beperkt aantal (extra) schouders in kleine gemeenschappen beschikbaar is en voorzieningen dus niet door burgers gedragen gaan worden, maar verdwijnen.

Financiering initiatieven verandert

Dat steeds meer zelforganiserende dwarsverbindingen ontstaan, zal van invloed zijn op de relatie die de provincie Fryslân heeft met het maatschappelijk middenveld. Steeds vaker zullen losse wisselende verbanden van individuen een relatie aangaan met de provincie. Dit betreft niet enkel subsidierelaties, maar ook steeds meer een kennisuitwisselingrelatie. Dit heeft betekenis voor de keuzes en de manier van ondersteunen en financieren van initiatieven. Mogelijk wordt er bij het beschikbaar stellen van gelden door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten kritischer gekeken naar het verlenen van subsidies aan bestaande instellingen en zal er meer ingezet worden op revolverende fondsen voor burgerinitiatieven of kredietverlening/garanties. Een Fries voorbeeld van een Crowd-funding actie is bijvoorbeeld het nieuwe Friese literaire tijdschrift Fers2.

Gezag provincie neemt af

De provincie zal in een netwerksamenleving steeds meer zijn toegevoegde waarde voor de samenleving moeten verduidelijken. Dit betekent voor de provincie dat daar waar zij geen formele rol heeft duidelijke meerwaarde zal moeten laten zien. Zij krijgt niet meer een rol vanwege haar positie. Daar waar de provincie nog wel een formele rol heeft, zal deze ook vaker ter discussie staan.

Representatie, samenwerkings- en politieke verbanden minder stabiel

Mensen verenigen zich steeds minder in vaste groepen, en steeds meer in verschillende netwerken. Die netwerken zijn vaak virtueel en gaan in veel gevallen over slechts één thema. Individualisering heeft gevolgen voor de aard en plaats van politieke discussies en de betrokkenheid van mensen daarbij. De vluchtigheid in de politiek neemt hierbij toe. Op het maatschappelijk middenveld ontstaan steeds nieuwe vormen van representatie in kortstondige verbanden van burgers die een bepaald belang behartigen. Door de vluchtigheid komt de legitimiteit van het handelen van de overheid en traditionele belangenorganisaties meer onder druk te staan. Uit onderzoek blijkt dat de afgelopen 25 jaar steeds zo’n 70% van de mensen vindt dat de inspraak van de burgers op het bestuur van gemeente en provincie groter moet worden. Dit alles heeft betekenis voor invulling van de relatie die de Friese bestuurders met de Friese samenleving willen.

Nieuwe bestuursstijl

Samenhangend met de doorontwikkeling van de netwerksamenleving zijn de burgers steeds mondiger. Als de provincie de mienskip op 1 wil (blijven) zetten, vraagt dit mogelijk om (nog) meer ruimte voor maatschappelijke initiatieven van burgers zoals de oprichting van duurzame energiecoöperaties, gezamenlijke exploitatie scholen in krimpgebieden of het gezamenlijk beheer en onderhoud van wijkparken. Het kabinet verwelkomt deze ontwikkeling en meent dat daar een nieuwe bestuursstijl bij hoort waarin de overheid open en uitnodigend handelt naar initiatiefnemers uit de samenleving. De netwerksamenleving vraagt om leiders met breder leiderschapsrepertoire. Naast directief leiderschap is dienend leiderschap (netwerken en verbinden) wenselijk. Deze ontwikkeling kan ook van invloed zijn op de toekomstige samenstelling van bestuur, directie en de rol van ambtenaren bij de provinciale organisatie.

Deze trend heeft relatie met:

2.2. Media

Lees meer

2.4. Friese taal

Lees meer

3.8. Recreatie en toerisme

Lees meer

7.4. Bedrijventerreinen

Lees meer

8.1. Jeugdzorg

Lees meer

1.4. Bestuurskwaliteit gemeenten en toezicht

Lees meer

1.5. Herkenbaar en samenwerkend bestuur

Lees meer

5.4. Integrale plattelandsontwikkeling

Lees meer

6.1. Bedrijvigheid

Lees meer

7.1. Sociaal beleid

Lees meer

7.2. Jeugdzorg

Lees meer

8.1. Cultuur

Lees meer

8.3. Taal, media en letteren

Lees meer

5.5 De provinciale werkwijze is vernieuwd en toegesneden op de toekomst

Lees meer

5.2 Samenwerkingsagenda’s zijn volop in uitvoering

Lees meer

3.2 Jeugdzorg is verbeterd en klaar voor overdracht

Lees meer

3.1 Sociale domein is geïntegreerd

Lees meer