Komst van Omgevingswet

In juni 2014 werd het wetsvoorstel voor de nieuwe Omgevingswet aangeboden aan de Tweede Kamer. De Omgevingswet betekent een fundamentele herziening van het omgevingsrecht en komt in de plaats van 24 wetten op het terrein van de fysieke leefomgeving (waaronder de Wet ruimtelijke ordening, Waterwet, Wet Milieubeheer, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, enzovoorts). Vermoedelijke invoering vindt plaats in 2018.

De nieuwe wet zal de basis vormen voor de provinciale taken en bevoegdheden in het fysieke domein, verreweg de grootste kerntaak van de provincie. De wet moet bijdragen aan:

  • snellere en betere besluitvorming;
  • integratie van plannen, procedures en toetsingskaders (zekerheid en duidelijkheid);
  • meer ruimte voor bestuurlijke afwegingsruimte (maatwerk en flexibiliteit);
  • doelmatiger omgang met onderzoeksverplichtingen.

De wet biedt ruimte aan regionale verschillen, zowel in beleidsopgaven als in bestuurscultuur. Er komt ruimte voor initiatieven.

De Omgevingswet moet leiden tot een paradigmawisseling, waarbij opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving zelf centraal staan. Gebruikers van de fysieke leefomgeving verwachten een  samenhangende benadering van initiatieven en opgaven en een vergaande reductie van de complexiteit van wetgeving. Dit vraagt ook om een andere bestuurlijke cultuur.

Bestuurscultuur en kwaliteit van de uitvoering wordt als een knelpunt van de huidige wetgeving gezien. Daar wordt van alles onder begrepen: sectorale belangenafweging; geïsoleerde voorbereiding van plannen; gebrekkige of juist ingewikkelde bestuurlijke samenwerking om tot een besluit te komen en daaraan vast te houden; onvoldoende juridische kennis voor benutten mogelijkheden; defensieve cultuur vanwege risico vernietiging Raad van State.

Betekenis voor Fryslân

Een nieuwe cultuur en nieuw gedrag

Bestuursstijl en bestuurlijke cultuur zijn bepalend voor de kwaliteit van de besluitvorming. Een goed proces met de omgeving is een kwestie van actieve opstelling en open houding en niet het resultaat van een wettelijke verplichting. Keuze van vorm en juiste moment van participatie,  argumenten serieus nemen, voortdurend informatie uitwisselen en heldere kaders aanreiken voor wat wel en niet kan, hoort bij een goede toepassing van de Omgevingswet.

Alle bij de nieuwe wet betrokken partijen, ook de provincie, zullen daarom de Omgevingswet niet (alleen) naar de letter maar vooral naar de geest moeten uitvoeren, de fysieke leefomgeving meer integraal benaderen, geen risicomijdend gedrag vertonen, ruimte laten voor privaat initiatief, een participatieve aanpak toepassen, zorgen voor voldoende kennis en vaardigheden en een toereikende uitvoeringsorganisatie.

Nieuwe werkprocessen en netwerken

De grootste impact van de Omgevingswet wordt verwacht in de aanpassing van werkprocessen tussen vooral gemeenten, provincies, omgevingsdiensten en waterschappen op het gebied van bestuurlijke visies en planvorming, vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen en tussen organisaties, digitalisering van informatie en procedures.

De intensievere samenwerking zal naar verwachting leiden tot diverse vormen van netwerkstructuren.

Deze trend heeft relatie met:

6.4. Landbouw

Lees meer

7.1. Bodemdaling

Lees meer

7.2. Ruimtelijke kwaliteit en erfgoed

Lees meer

7.3. Wonen

Lees meer

4.3. Duurzaam bodembeheer

Lees meer

4.4. Leefomgeving

Lees meer

5.1. Natuurbeleid

Lees meer

5.2. Landschapsbeleid

Lees meer

5.3. Landbouwbeleid

Lees meer

5.4. Integrale plattelandsontwikkeling

Lees meer

6.2. Toerisme en recreatie

Lees meer

2.6 Fryslân beschikt over voldoende, schoon en veilig water

Lees meer

2.1 Fryslân is mooiste provincie gebleven

Lees meer