Landelijk gebied

5. Landelijk gebied

Het programma Landelijk gebied bevat in totaal ruim  € 97 miljoen.

5-1
Overzicht formatie per beleidsveld
5-2

Programma 5 bestaat uit twee grote brokken, natuurbeleid en plattelandsontwikkeling. De gelden voor natuur worden gebruikt voor het aankopen, inrichten en beheren van natuur. We hebben daarbij een inspanningsverplichting richting het rijk, met een resultaatverplichting voor Europese afspraken en regels en beheerplannen in Natura2000 gebieden. Ook valt hier de wettelijke vergunningverleningstaak voor de Natuurbeschermingswet, de Flora- en faunawet en de Boswet onder. Ook het grootste deel van de werknemers houdt zich met natuurbeleid bezig.

5-3

Waar het natuurbeleid voor een belangrijk deel bestaat uit  budgetten ter uitvoering van wettelijke taken, is de plattelandsontwikkeling bijna volledig autonoom en tijdelijk gefinancierd. Daar zit dan ook de meeste ‘schuifruimte’ in dit programma.

5-4

Het grootste deel van de (nog) niet verplichte budgetten is bestemd voor drie onderwerpen.

  1. Voor de schadevergoeding ganzen ligt er nog geen akkoord.
  2. Het afdekken van het risico beheersgelden natuur
  3. binnen de gebiedsontwikkeling van de Centrale As en de N381 zijn diverse projecten nog in voorbereiding.

Vanaf 2015 zitten de middelen voor leefbaarheidsprojecten ‘fan ûnderen op’ in het  IMF (Iepen mienskipsfûns): € 6 miljoen. Daarnaast is er voor de actie Quickwins € 2,7 miljoen uit het budget gehaald. Daarom is er vanaf 2015 alleen nog geld beschikbaar voor leefbaarheidsprojecten fan ûnderen op via het IMF.

5-5

Met het geld voor Landelijk gebied streven we de volgende doelen na en daar doen we het volgende voor.

5.1. Natuurbeleid

Doel(en):

  • Herstel van biodiversiteit.
  • Koppelen van kansen voor natuur en economie.

Om deze doelen te bereiken proberen we breed draagvlak te creëren voor behoud en ontwikkeling van natuur. We herstellen biodiversiteit door natuur te beheren met behulp van beheerplannen. We nemen maatregelen voor stikstofgevoelige gebieden vanuit de Programmatische aanpak Stikstof (PAS), creëren weidevogellandschappen, betalen mee aan maatregelen om het aantal standganzen te verminderen en verlenen vergunningen en ontheffingen op basis van een aantal ‘groene wetten’. Ook adviseren we over ecologie bij andere beleidsvelden en verlenen we vergunningen aan gidsen voor wadlopen.

5.2. Landschapsbeleid

Doel(en):

  • De diversiteit van Friese landschapstypen en hun ontwikkelingsgeschiedenis blijft herkenbaar.
  • Ruimtelijke kwaliteit en identiteitsgevoel worden versterkt.
  • Landschap is een inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen en kernkwaliteit voor nieuwe sociaaleconomische impulsen.

Een middel om deze doelen te bereiken is de thematische structuurvisie ‘Grutsk op ’e Romte’, die structuren van provinciaal belang heeft aangewezen. Daarmee houden gemeenten rekening in hun plan- en besluitvorming. Ook investeren we in landschap, bij voorkeur in integrale gebiedsprojecten. We herstellen landschapselementen in de nationale landschappen. Ook ten aanzien van landschap adviseren we op andere beleidsvelden. We financieren Landschapsbeheer Friesland voor het stimuleren van de actieve deelname van burgers aan landschapsactiviteiten en adviseren projectleiders van provincie, gemeenten en Dienst Landelijk Gebied.

5.3. Landbouwbeleid

Doel(en):

  • Een landbouw die duurzaam rendeert, produceert en bijdraagt aan een duurzame samenleving.

Middelen om dat doel te bereiken zijn het ondersteunen van de productie van duurzame energie en bijdragen aan een ‘biobased economy’, helpen ontwikkelen van duurzame kwaliteitsproducten (bijvoorbeeld streekproducten), stimuleren van verbreden van het verdienvermogen door agrarische bedrijven te ondersteunen, Europese vergoedingen voor maatschappelijke diensten binnen halen en de ruimtelijke inpassing van nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen te verbeteren door het Nije Pleats concept. We nemen structuurversterkende maatregelen voor de landbouw door gronduitgifte. We stimuleren innovatie door het subsidiëren van projecten onder de vlag van Dairy Campus.

5.4. Integrale plattelandsontwikkeling

Doel(en):

  • Een leefbaar en vitaal Fries platteland.

De speerpunten voor de plattelandsontwikkeling zijn: duurzaamheid, dorpshuizen, streekproducten en werken volgens de LEADER-aanpak (’Nota plattelânsbelied 2014-2017).

Bij de uitvoering van Plattelânsbelied werken we aan de verbetering van het netwerk van basisvoorzieningen op het lokale schaalniveau door onder meer combinaties van basisvoorzieningen te benutten. Daarnaast zijn er projecten voor de fysieke en sociale infrastructuur. Dat geldt in bijzonder voor dorpshuizen en multifunctionele centra”.

Vanuit Plattelandsbeleid worden ook adviezen gegeven over leefbaarheidsprojecten in de dorpen en op het platteland die vaak via Streekwurk (vanaf 2015 via het “Iepen mienskipsfûns”) en Doarpswurk worden aangeleverd. Integraal worden worden van ‘boppe-ôf’ projecten opgezet en uitgevoerd. Het gaat hier om pilots, innovatieve aanpakken waarbij voorbeeldwerking en overdraagbaarheid belangrijke aandachtspunten vormen.

Streekwurk

Streekwurk is op 1 januari 2014 gestart met de uitvoering van beleid van provincie, gemeenten en Wetterskip in de gebieden. Dit is vastgelegd in de streekagenda’s.  Het doel van deze samenwerking is om efficiencywinst te behalen door de programmering van gezamenlijke opgaven en daarbij de inzet van menskracht en middelen te bundelen. Daarnaast wordt de integrale afstemming en coördinatie van uitvoeringsactiviteiten, zoals aanleg en onderhoud en beheer van (vaar)wegen opgepakt en worden ook de lopende gebiedsontwikkelingsprojecten zoveel mogelijk ondergebracht bij de streekagenda’s. Met dit laatste wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van de bestuurlijke drukte.

Om deze gezamenlijke opgaven slagvaardig en flexibel (qua tijd en middelen) uit te kunnen voeren werken wij aan de inzet van middelen op een gebiedsgerichte wijze. Op de volgende manier:

  • Het werken met gebiedsbudgetten: ten behoeve van de uitvoering van de gezamenlijke doelen van de overheden in de gebieden. Het gebiedsbudget is voor 2015 “gevuld” met de Quick Win*) -projecten, zodat eventuele vrijval in het gebiedsbudget terugvloeit.
  • Instellen van het IMF (Iepen Mienskipsfûns): ten behoeve van de ondersteuning van de maatschappelijke initiatieven (bottom-up-aanpak) in de gebieden.

Het IMF is een budget voor de ondersteuning van initiatieven vanuit de samenleving, die passen binnen de kaders van de streekagenda. Het fonds wordt in 2015 gevuld met een aantal provinciale budgetten (circa € 2,5 miljoen), zoals een deel van het OV-budget voor vervoer in het landelijk gebied en onderdelen van de budgetten voor Sociale Kwaliteit, Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, Demografische ontwikkelingen, Culturele activiteiten, Plattelandsbeleid en kleinschalige duurzame initiatieven.

*) Naast de voorbereiding van het Gebiedsbudget en het IMF is Streekwurk belast met de coördinatie van de uitvoering van de Quick Win projecten. Met deze streekagendaprojecten wordt in de gebieden een impuls gegeven van ca € 24 mln. De financiering van deze projecten komt uit een herprioritering/afroming van bestaande provinciale  budgetten en de inzet van gemeentelijke middelen. Naast het realiseren van werkgelegenheid wordt met deze projecten de leefbaarheid in de regio’s gestimuleerd.